Categorie: Gastronomie

  • Tips om met het juiste materiaal een Iberische ham schoon te maken, te snijden en te bewaren

    Tips om met het juiste materiaal een Iberische ham schoon te maken, te snijden en te bewaren

    De Iberische ham is een van de lekkernijen op de Spaanse tafel, een van de grote gastronomische schatten van het land. Jamón Ibérico is een delicatesse en bovendien is het consumeren ervan gezond. Nu komen de kerstdagen eraan en hoewel de jaren voorbij gaan, blijft de Spaanse menukaart deze ham serveren als een van de onmisbare gerechten. Het is in feite een van de meest geconsumeerde voedingsmiddelen met kerst, samen met lam, schaaldieren en turrón. Maar hoe snij je een Spaanse ham en belangrijker nog, hoe bewaar je deze het beste?

    Veel Spanje bezoekers besluiten een vaak dure Iberische ham mee te nemen naar hun eigen land om daarna met hun handen in het haar te staan, omdat ze niet weten hoe ze het moesten snijden en bewaren. Het is namelijk een hele kunst om dat goed te doen, iets wat belangrijk is omdat deze hammen vaak erg duur zijn. Daarom een uitleg van het snijden en bewaren van een Jamón Ibérico.

    Benodigdheden kopen

    Het is ten eerste belangrijk om goed materiaal te hebben, zoals dit speciale hamsnijmes om de fijnste en dunste plakken ham te snijden. Het is ook handig en soms zelfs beter om een Spaanse hamhouder van hout te hebben, zoals deze die hier te koop is. En als je helemaal luxe wilt gaan, dan kun je deze hamhouder met uitschuifbare lade inclusief drie hamsnijmessen kopen. Vooral deze laatste optie is makkelijk en daarnaast ook een leuk kado voor de echte SpanjeFan. Heb je in Spanje nog geen ham gekocht, dan kan dat ook HIER inclusief een hamhouder en hamsnijmes, een totaalpakket dus. 

    Schoonmaken ham

    Met de ham al juist geplaatst in de hamhouder en de benodigdheden zoals het hamsnijmes klaar, maken we de ham schoon. Met het puntmes moeten we een diepe snede maken van de poot van de ham tot de punt of het bot van de ham. Vanaf die lijn beginnen we het korstje en het gele spek schoon te maken. Dit moet je bewaren voor later gebruik.

    Snijden ham

    Sommige experts adviseren te beginnen met snijden bij de enkel, omdat deze minder vet heeft. Als het niet meteen wordt geconsumeerd, droogt het eerder uit. Anderen zijn echter van mening dat het beter is te beginnen bij het dikkere gedeelte, omdat de vette vloeistoffen door de zwaartekracht naar beneden vloeien en de enkel doordrenken, waardoor voorkomen wordt dat deze hard wordt.

    We beginnen plakken te snijden. De grootte doet ertoe. Ze mogen niet groter zijn dan een creditcard. Het is van essentieel belang dat de hand waarmee je niet snijdt, altijd achter het gebied zit waar we met het mes snijden, om ongelukken te voorkomen.

    Bewaren ham

    Het lijkt erop dat we er nu zijn … nu eten en genieten. Maar nee, hoe we de Iberische ham bewaren is ook belangrijk. We willen voorkomen dat de ham uitdroogt en willen uitdroging en oxidatie tegen gaan. Om te beginnen: waar bewaar je een aangesneden ham? Omdat we een goede temperatuur willen garanderen, is het het beste om de ham op kamertemperatuur te laten, maar op een plek waar geen plotselinge temperatuurveranderingen plaatsvinden. Het moet een koele en droge plek zijn waar geen direct licht op valt.

    Vervolgens moet het gedeelte dat in contact staat ​​met de lucht worden afgedekt. In de eerste plaats hangt het af van het tijdstip van de volgende snede. Als we van plan zijn om in de komende 24-48 uur (niet langer) uit dezelfde ham te snijden, wordt geadviseerd deze af ​​te dekken met goed uitgerekt huishoudfolie.

    Maar voordat we dat folie gebruiken, het definitieve trucje: we maken een witvetlaag die als lijm zal werken. Waar komt dit vet vandaan? Toen we de ham aan het begin schoonmaakten, bewaarden we een deel van het bedekkingsvet, het vet dat je niet opeet. Maar niet de eerste gele, ransige vetlaag, maar de laag eronder met een wittere kleur.

    We pakken dit hamvet bij het witste deel en wrijven het beetje bij beetje over het snijoppervlak en het gebied dat we hebben schoongemaakt, geven de experts bij Jamonlovers aan. Op die manier creëren we met het eigen vet van de ham een beschermende laag die helpt om de ham in goede staat te houden. Dit vet wordt niet weggegooid, maar bewaard voor de volgende keer.

    Als we eenmaal de ham hebben geopend en niet van plan zijn deze in de komende 24-48 uur opnieuw te snijden, adviseren experts om de ham eerst te bedekken met de witte vetlaag en vervolgens met een zwarte, matte katoenen doek (geen plastic). Dat gezegd hebbende, zijn er hamdeskundigen die het bevochtigen van de ham met vet niet aanbevelen, omdat het volgens hen de smaak verandert. En er zijn er die het zelfs voor een paar uur niet eens aanbevelen om het met huishoudfolie te bedekken.

    Met de hand snijden is beter

    Het snijden van de ham met de hand is niet alleen een kwestie van traditie. Het snijden met een hamsnijmes heeft belangrijke voordelen:

    • Je hebt meer controle over de dikte van de plakken. Je kunt dunnere plakken snijden zonder het risico te lopen het vlees te beschadigen.
    • Je kunt de textuur en vezelrichting van het vlees beter aanvoelen. Zo kun je plakken snijden die malser en sappiger zijn.
    • Het is gemakkelijker om onregelmatige delen en randen netjes af te snijden.
    • Je kunt beter inspelen op verschillen in vleesstructuur en vetdooradering.

    Om de beenham optimaal met de hand te kunnen snijden is een goede houding en techniek van groot belang:

    • Sta stabiel met het benen uit elkaar. Zet de ham iets schuin naar voren.
    • Houd het handvat van het hamsnijmes stevig maar ontspannen vast. Gebruik je pols, niet je hele arm.
    • Zet het mes dicht bij het uiteinde van de ham aan en snij in één vloeiende beweging naar je toe.
    • Laat het gewicht van het mes het werk doen, druk niet te hard.
    • Maak een rollende beweging met je pols bij het snijden voor een glad oppervlak.
    • Ondersteun de plakken ham met je vrije hand bij het snijden.

    Met regelmatige oefening ontwikkel je de techniek die nodig is voor mooiere, sappigere plakken Iberische ham of Jamón Ibérico.

  • Uitleg van de verschillende soorten stokbroden in Spanje

    Uitleg van de verschillende soorten stokbroden in Spanje

    Menig lezer die in Spanje naar een broodzaak is geweest of de broodafdeling bij een supermarkt heeft bezocht, heeft zich weleens afgevraagd waarom er zoveel verschillende stokbroden zijn. In het Spaans worden deze meestal ‘barra de pan’ genoemd, in sommige gevallen ook weleens ‘pan francés’. Er zijn veel soorten stokbrood in Spanje, misschien wel meer dan in Frankrijk, het land dat bekendstaat als baguette-land. Laten we eens kijken naar de stokbroden in Spanje.

    Ook in Spanje wordt dagelijks vaak vers brood gegeten. Dat kan een traditioneel rond brood, in het Spaans ‘pan de país’ zijn of een stokbrood, in het Spaans ‘barra de pan’. En er zijn veel soorten ‘barras de pan’ in Spanje. Bij de plaatselijke bakker, of beter gezegd broodverkoper, zie je vaak de volgende soorten stokbroden liggen:

    • BARRA DE LA DEHESA, een bijzonder brood met een mix van tarwe, soja en gerstemeel. Gemaakt met zuurdesem (masa madre) en 100% natuurlijk met een dubbel fermentatieproces.
    • BARRA TOSCANA, een zoutloos brood speciaal geschikt voor veganisten en vegetariërs. In punten afgewerkt en bebloemd. Met de aparte smaak van het rustieke brood van het mediterrane dieet. Het brood is kort houdbaar.
    • BAGUETTE GRAN RESERVA, volledig gebakken. Het recept bevat 10% zuurdesem, speciaal Cierzo-meel (Harina del Cierzo) en 75% hydratatie, wat een intense smaak geeft met een goed volume en een lange houdbaarheid. 
    • BAGUETTE DEL HORNO, stokbrood uit de oven. Licht kruimig met een knapperige korst. Dit brood is speciaal geschikt voor veganisten en vegetariërs.
    • TRAMONTANA, een groot en zeer knapperig brood met losse honingraat kruimel voor de grotere sandwiches of plakken.
    • IBÉRICA, een rustiek brood met puntige afwerking en een met krokante korst. Dit brood is lang houdbaar.

    De hierboven vermelde ‘barras de pan’ zijn slechts een kleine selectie want er zijn er nog veel meer zoals: Barra Cantábrica, Bastón Cantábrico, Barra Rústica, Barra Premium O Forno Calego, Rústica de Leña (letterlijk: rustiek brandhout), Bastón (letterlijk: wandelstok), Piemonte, Baguette Tahoma, etc.

    Welk stokbrood wordt het?

    De keuze voor het stokbrood dat je uiteindelijk koopt, wordt meestal bepaald uit gewoonte of op gevoel. Een persoonlijke keuze op gevoel kan zijn als je kijkt naar:

    • VORM: dun, dikker, dik; afgerond met punten; rond, plat en breder in het midden.
    • AFWERKING: ambachtelijke en rustieke uitstraling; bebloemd of met (sesam)zaad; harde korst en binnenzijde zacht of kruimig.
    • SAMENSTELLING DEEG: soort graan en meel; textuur; verhouding meel, gist, zuurdesem en vocht (hydratatie); gebruik van regionaal graan.
    • SPECIALITEITEN: lange houdbaarheid; gluten- of lactosevrij; fermentatieproces (soms dubbel); gebakken in meerdere lagen waardoor meer honingraat-kruimig.

    Bakker of broodverkoper?

    Stokbrood wordt traditioneel veel gegeten in Zuid-Europa: Spanje, Frankrijk en Italië. Elk land heeft voor het stokbrood zo zijn eigen benamingen. Ook de diverse broodfabrieken hebben vaak nog hun eigen namen voor de ‘barras de pan’ en de traditionele ronde “pan de país”. 

    Dit maakt het niet makkelijk om voor het brood een juiste keuze te maken in de grote ‘supermercados’ of bij de plaatselijke broodverkoper of bakker om de hoek. Ook bij de broodverkoper kan het personeel meestal geen uitleg geven wat het verschil is tussen de diverse soorten ‘barras de pan’.

    Dat komt doordat er bijna geen bakkers meer zijn die nog zelf het brood bakken. De broden komen als diepgevroren halfproduct van de broodfabrieken en de broodverkoper werkt ze dan af in de oven (horno): 20 minuten ontdooien bij kamertemperatuur en daarna 20 minuten in de oven op 210 graden.

    De naam voor bakker is ‘panadero’ die zijn brood verkoopt bij de ‘panaderia’. Op veel plaatsen zie je in Spanje de ‘despachos de pan’ (ook wel eens ‘punto de pan caliente’ genoemd) wat geen bakkers zijn, maar broodverkopers die je eigenlijk het meeste ziet in Spanje. Echte bakkers zijn steeds zeldzamer.

    Oorsprong stokbrood

    Stokbrood is de Nederlandse naam voor de Franse broodsoort ‘baguette’, wat “stokje” betekent. Door Franse bakkers wordt het ook wel “Weens brood” genoemd omdat de oorsprong van de bereidingswijze ligt in de 19e eeuw en uit Oostenrijk komt. In Nederland en België denkt men bij stokbrood echter direct aan Frankrijk. Sinds 2022 is het stokbrood door de UNESCO erkend als immaterieel cultureel erfgoed.

    De naam ‘baguette’ komt echter niet door de lange vorm. Bij het ontstaan ervan werd een lange sliert deeg om een stok gedraaid, boven het vuur gehangen en zo gebakken. Het standaard gewicht van een ‘baguette’ is 250 gram. De prijs van stokbrood werd in Frankrijk, door overheidssubsidie, laag gehouden om dit voedsel betaalbaar te maken voor het “gewone volk”.

    Waarom is stokbrood uitgevonden?

    Men beweert dat het is ontstaan tijdens de Franse Revolutie toen men besloot tot één standaard gewicht voor brood. Napoleon zou hebben gekozen voor de lange vorm, zodat het brood makkelijker te dragen was door zijn soldaten. Het langste stokbrood, het huidige record van 122 meter, werd echter niet in stokbroodland Frankrijk, maar in Italië gebakken. 

    In Frankrijk zijn er verschillende soorten ‘baguettes’, zoals de ‘Ficelle’ (hele smalle Baguette), de ‘Flute’ (de lichtste) en de ‘Campagne’ (boerenbrood). Standaard is het stokbrood wit. Er bestaat ook volkoren stokbrood gemaakt van volkorenmeel met de hele graankorrel, dus met meer vezels, ijzer en B-vitamines. Volkoren is een gezondere keuze, ook voor de darmen door de langzame koolhydraten die een langer verzadigd gevoel geven waardoor je minder eet.

    De originele Franse witte ‘baguette’ heeft een productietijd van 60 uur omdat het deeg dan op smaak komt door vrijkomende bacteriën. In Nederland, België en ook in Spanje worden de stokbroden in twee uur gemaakt door middel van extra gist en broodverbeteraars.

    Wist je dat wit stokbrood beter en gezonder is dan croissants, maar dat het veel zout bevat en minder waardevolle mineralen levert? Wit stokbrood is dus zeker niet het gezondste brood, maar wel het meest gegeten stokbrood.

    Een paar gouden adviezen: 

    • Bewaar het brood niet in de koelkast, waardoor het snel uitdroogt en verouderd. 
    • In een dichte plastic zak kan het stokbrood circa twee dagen bewaard worden, maar wordt de korst snel zacht. 
    • Het stokbrood is langer te bewaren door invriezen en het voor gebruik dan even in de oven opwarmen voor een lekkere, krokante korst. 
    • De truc is het stokbrood met water wat nat te maken en 5 minuten af te bakken in een voorverwarmde oven van 200 graden.

    Welke ‘barra de pan’ gaat het morgen worden in Spanje?

  • De oorsprong en betekenis van de toost “Arriba, abajo, al centro, y adentro” in Spanje

    De oorsprong en betekenis van de toost “Arriba, abajo, al centro, y adentro” in Spanje

    In de wereld van toasts en vieringen is er een uitdrukking die de harten van velen in de Spaanstalige gemeenschap heeft veroverd: “Arriba, abajo, al centro, y adentro”. Deze uitdrukking is populair in Spanje en is meer dan alleen een toost uitbrengen: het is een symbool van cultuur, vriendschap en viering. Maar waar komt het vandaan en wat betekenen de woorden?

    De exacte oorsprong van “Arriba, abajo, al centro, y adentro” is moeilijk te traceren. Het wordt algemeen aangenomen dat deze uitdrukking zijn wortels heeft in de rijke tradities van de Spaanse en Latijns-Amerikaanse culturen. Het is een uitdrukking die generaties lang is doorgegeven en is geëvolueerd tot een bijna ritueel onderdeel van elke viering.

    Elk element van de toost heeft een diepe symbolische betekenis. “Arriba” (omhoog) verwijst naar de hemel of de goden, een erkenning van de hogere macht of het spirituele aspect van het leven. “Abajo” (omlaag) symboliseert de aarde of de voorouders, een eerbetoon aan de wortels en de fundamenten van het bestaan.

    “Al centro” (naar het midden) is een toast op de aanwezigen, de vriendschap en de gemeenschappelijke banden die iedereen verenigt. Het is een moment van erkenning voor de relaties en de gedeelde ervaringen.

    Tot slot, “y adentro” (en naar binnen) is de uitnodiging om te drinken. Het is het moment waarop de woorden actie worden, een viering van het leven en de vreugde van het samen zijn.

    Meer dan een toost uitbrengen

    In de loop der jaren is “Arriba, abajo, al centro, y adentro” meer geworden dan alleen een manier om een drankje te beginnen en een toost uit te brengen. Het is een uitdrukking van cultuur, een ritueel dat mensen samenbrengt en een moment creëert van gedeelde menselijkheid en vreugde. Het is een herinnering aan wat belangrijk is: de hemel boven ons, de aarde onder ons, de mensen om ons heen, en de vreugde in ons.

    In elke “Arriba, abajo, al centro, y adentro” ligt de essentie van een cultuur die waarde hecht aan gemeenschap, vriendschap en het vieren van het leven in al zijn facetten. Het is een prachtige traditie die de kracht heeft om mensen van alle achtergronden te verenigen op een moment van vreugde en gemeenschappelijkheid.

    Voor buitenlanders in Spanje is het ook vaak een van de eerste volle zinnen die men wordt aangeleerd. Uiteraard hoort daar ook de beweging van de glazen omhoog, omlaag, naar het midden en dan het drankje naar binnen (in je mond) te doen. Er zijn varianten waarbij in de laatste stap de armen gekruist worden, maar dat is niet de officiële manier.

  • Waar komt de naam ‘churros’ vandaan in Spanje?

    Waar komt de naam ‘churros’ vandaan in Spanje?

    Churros, een van de meest iconische en geliefde zoetigheden in Spanje en Latijns-Amerika, hebben een rijke geschiedenis en een speciale plaats in de harten van zoetekauwen over de hele wereld. In dit artikel duiken we in de wereld van churros: wat ze zijn, waar en wanneer ze worden gegeten, de regionale verschillen in Spanje, en de oorsprong van hun naam.

    Churros zijn een soort gefrituurd deeg, traditioneel gemaakt van bloem, water en zout. Het deeg wordt door een spuitzak met een stervormige tuit geperst, wat de churros hun kenmerkende geribbelde uiterlijk geeft. Ze worden gefrituurd tot ze goudbruin en knapperig zijn, en vervolgens vaak bestrooid met suiker of ondergedompeld in gesmolten chocolade of dulce de leche (een soort karamel).

    Churros zijn een populair ontbijt in Spanje en veel Latijns-Amerikaanse landen. Ze worden ook vaak gegeten als snack in de late namiddag of vroege avond, vooral in Spanje, waar ze traditioneel worden geserveerd met een kop dikke, warme chocolademelk. Churros zijn niet alleen beperkt tot ontbijt of snack; ze zijn ook een populaire snack op festivals en kermissen.

    Regionale verschillen in Spanje

    In Spanje variëren churros per regio. In Madrid zijn ze dikker en worden ze vaak geserveerd in een spiraalvorm die in porties wordt gesneden. Deze worden ‘porras’ genoemd en zijn luchtiger dan de standaard churros. In Andalusië zijn churros dunner en knapperig, vaak geserveerd in een lus of knoop. In Catalonië worden ze soms gevuld met crème of chocolade, wat een decadente draai geeft aan de traditionele churro.

    De Oorsprong van de Naam

    De oorsprong van de naam ‘churro’ is onderwerp van debat. Een populaire theorie suggereert dat de naam afkomstig is van de Churra-schapen van Spanje, waarvan de hoorns lijken op de gebogen vorm van de churros. De naam ‘churro’ kan ook komen van het Latijnse woord ‘cyrrhus’, wat ‘hoorn’ betekent. Dit verwijst naar de vorm van de churros, die vaak gekruld zijn.

    Een andere theorie stelt dat het woord afkomstig is van het Spaanse woord ‘churrar’, wat ‘frituren’ of ‘sissen’ betekent, een verwijzing naar het geluid dat het deeg maakt wanneer het in hete olie wordt gefrituurd.

  • Waarom drinken veel Spanjaarden in plaats van koffie een ‘infusion’ na het eten en wat is dat eigenlijk?

    Waarom drinken veel Spanjaarden in plaats van koffie een ‘infusion’ na het eten en wat is dat eigenlijk?

    Ongetwijfeld heb je het wel eens gehoord tijdens, of eigenlijk beter gezegd, na een maaltijd in Spanje, het woord ‘infusion’. Maar waarom drinkt iemand in plaats van een ‘café solo’ of ‘cortado’ dit na het eten, welke ‘infusiones’ zijn er in Spanje en wat is het verschil met thee?

    Infusies, ook wel bekend als ’tisanas’ in het Spaans, zijn drankjes die worden bereid door het weken van kruiden, specerijen, bloemen of bladeren in heet water. In Spanje zijn infusies een populaire drank, vooral tijdens de koudere maanden van het jaar, en er zijn verschillende soorten infusies die worden gedronken vanwege hun verschillende smaken en gezondheidsvoordelen. Infusies zijn echter niet hetzelfde als thee.

    Het belangrijkste verschil tussen thee en infusie is de plantenbasis die wordt gebruikt om de drankjes te maken. Thee is gemaakt van de bladeren van de theeplant (Camellia sinensis) die afkomstig is uit Azië. Deze bladeren worden geplukt, verwerkt en gedroogd om verschillende soorten thee te maken, zoals zwarte thee, groene thee, oolong thee en witte thee.

    Infusies daarentegen zijn gemaakt van verschillende delen van planten, zoals bloemen, kruiden, specerijen, bladeren, schors of wortels. Infusies kunnen worden gemaakt van een enkel ingrediënt of een combinatie van ingrediënten en worden bereid door de planten in heet water te weken om hun smaak en geur vrij te geven. Hier zijn enkele van de meest voorkomende infusies in Spanje en waarom ze worden gedronken:

    Manzanilla – Dit is een kamille-infusie die vaak wordt gedronken na de maaltijd vanwege de rustgevende eigenschappen en de bevordering van de spijsvertering. Het is ook een goede keuze voor het slapengaan vanwege de kalmerende werking.

    Menta Poleo – Dit is een infusie gemaakt van gedroogde poleo mintbladeren. Poleo mint is een soort munt die inheems is in Zuid-Amerika en wordt gewaardeerd om zijn verfrissende en stimulerende eigenschappen. Menta Poleo heeft een sterkere smaak dan gewone muntthee en wordt vaak gedronken na de maaltijd vanwege de eigenschappen die helpen bij de spijsvertering.

    Hierbabuena – Dit is een pepermuntinfusie die bekend staat om zijn verfrissende smaak en het vermogen om misselijkheid te verminderen en de spijsvertering te verbeteren.

    Té verde – Groene thee is een populaire infusie in Spanje vanwege de antioxidanten die het bevat. Het wordt vaak gedronken in de ochtend of na de maaltijd en kan helpen bij het verminderen van stress en het bevorderen van de spijsvertering.

    Rooibos – Deze Zuid-Afrikaanse kruidenthee wordt vaak gedronken als alternatief voor zwarte thee of koffie vanwege de cafeïnevrije eigenschappen. Het wordt vaak gezoet met honing en kan helpen bij het verminderen van stress en het verbeteren van de slaap.

    Infusión de jengibre – Gemberinfusie is een populaire keuze vanwege de ontstekingsremmende eigenschappen en het vermogen om de spijsvertering te verbeteren. Het wordt vaak gedronken tijdens de koude wintermaanden om verkoudheid en griep te voorkomen.

    Infusión de tomillo – Dit is een tijm-infusie die vaak wordt gedronken als remedie tegen hoest en verkoudheid vanwege de antibacteriële en ontstekingsremmende eigenschappen.

    Infusión de anís – Anijsinfusie wordt vaak gedronken na de maaltijd vanwege de eigenschappen die helpen bij de spijsvertering en het verminderen van winderigheid.

    Infusión de hinojo – Venkelinfusie is ook bekend om zijn eigenschappen die helpen bij de spijsvertering en het verminderen van winderigheid. Het kan ook helpen bij het verminderen van stress en het verbeteren van de slaap.

    In Spanje worden infusies meestal gedronken in de ochtend of na de maaltijd als digestief, of ’s avonds voor het slapengaan vanwege de rustgevende eigenschappen. Veel van deze infusies hebben ook gezondheidsvoordelen en kunnen worden gedronken als natuurlijke remedies voor verschillende aandoeningen.

  • Waarom zijn de Spaanse sinaasappels altijd in een rood net verpakt?

    Waarom zijn de Spaanse sinaasappels altijd in een rood net verpakt?

    Het sinaasappel seizoen is begonnen, tenminste voor de meest voorkomende variëteit in Spanje, de bloedsinaasappels (naranjas de sangre). Deze vrucht heeft veel voordelen voor het lichaam, omdat het rijk is aan vezels en vitamine C, wat vooral gunstig is voor het immuunsysteem en het voorkomen van griep en verkoudheid bij het begin van de lente.

    In deze tijd van het jaar is dit type citrus op zijn best qua rijping, perfect om alleen te eten als onderdeel van de dagelijkse aanbevolen vijf stuks fruit en groenten, of als onderdeel van een recept. Maar, heb je jezelf ooit afgevraagd waarom de netten waarin sinaasappels of mandarijnen worden verkocht, rood van kleur zijn?

    De belangrijkste reden hiervoor is in feite marketing want het gebruik van een rood net zorgt ervoor dat de vrucht er helderder uitziet en dat trekt klanten aan. Deze optische illusie-tool heet ‘Munker’ of ‘Munker-White’ en bestaat uit het overlappen van vormen (lijnen en cirkels) en kleuren, waarbij één vorm onvermijdelijk meer opvalt dan de andere. In dit specifieke voorbeeld wordt gespeeld met de lijnen van het net en de ronde vorm van de vrucht. De rode kleur van het net zorgt ervoor dat de oranje kleur van de sinaasappel meer opvalt en helderder lijkt.

    Dit effect komt doordat de hersenen de kleuren die andere elementen omringen, als geheel waarnemen. Sommige neurowetenschappers speculeren dat dit fenomeen optreedt als gevolg van de neuronale signalen die informatie over kleuren naar ons gezichtsveld brengen, waardoor er tussenliggende pigmenten ontstaan van wat we waarnemen en zo onze hersenen bedriegen.

    Er zijn echter meer redenen om sinaasappels en mandarijnen in netten te verkopen:

    Marketing: De kleur oranje wordt vaak geassocieerd met sinaasappels, omdat sinaasappels een oranje schil hebben. Het gebruik van rode netten is daarom een slimme marketingstrategie om consumenten direct te laten weten wat er in het net zit.

    Bescherming: De rode netten bieden bescherming aan de sinaasappels tijdens transport en opslag. De netten voorkomen dat de sinaasappels elkaar raken en beschadigd raken, wat kan leiden tot kneuzingen en rotten.

    Ademend: Het netmateriaal laat lucht circuleren rondom de sinaasappels, waardoor de vruchten niet gaan zweten en het risico op schimmelvorming wordt verminderd.

    Milieuvriendelijk: Rode netten zijn meestal gemaakt van gerecycled materiaal en zijn daarom een milieuvriendelijkere optie dan bijvoorbeeld plastic verpakkingen.

    Al met al zijn rode netten een handige, praktische en milieuvriendelijke manier om sinaasappels te verpakken en te verkopen en je weet dus nu ook dat je jezelf aangetrokken voelt tot de oranje of rode netten van de sinaasappels en mandarijnen.

    OPMERKING: Een lezer heeft opgemerkt dat de perssinaasappels in Nederland en misschien ook België niet in een rood of oranje netje maar een groen netje verpakt zijn. In Spanje is dat in ieder geval niet het geval.

  • 25 maart: Wereldwafeldag en de ‘gofres’ in Spanje

    25 maart: Wereldwafeldag en de ‘gofres’ in Spanje

    De Internationale Dag van de Wafel of Wereldwafeldag wordt elk jaar op 25 maart gevierd. Het is een dag waarop mensen over de hele wereld wafels eren en vieren. De oorsprong van de Dag van de Wafel is niet helemaal duidelijk, maar het is waarschijnlijk ontstaan als een manier om het begin van de lente te vieren. Het kan ook te maken hebben met de Zweedse Våffledagen en de de dag van Maria Boodschap. Wat dit echter met wafels te maken heeft, mag aartsengel Gabriël weten, maar dat dit elk jaar op 25 maart gevierd wordt is een heerlijk feit.

    De Dag van de Wafel is ook een manier om het belang van deze lekkernij in de verschillende culturen en keukens van de wereld te erkennen. Wafels zijn een veelzijdig voedsel dat in veel verschillende varianten wordt gemaakt en gegeten. Het is een gerecht dat mensen van alle leeftijden en achtergronden aanspreekt en verbindt.

    Tijdens de Dag van de Wafel viert men over de hele wereld op verschillende manieren. Sommigen bakken hun eigen wafels thuis, terwijl anderen wafels eten bij hun favoriete restaurant of café. Er zijn ook veel evenementen en festivals die op deze dag worden georganiseerd, waarbij wafels centraal staan en waar personen samenkomen om te genieten van deze heerlijke traktatie.

    Spanje en wafels

    Wafels zijn een geliefd gebak of tussendoortje over de hele wereld en worden vaak geassocieerd met België of Nederland. Maar wist je dat wafels ook in Spanje erg populair zijn? Spaanse wafels, of ‘gofres’, zijn anders dan de traditionele Belgische of Nederlandse wafels, maar zijn net zo heerlijk.

    Gofres worden in Spanje vaak als dessert gegeten en zijn verkrijgbaar bij vele bars, restaurants en straatverkopers. Het deeg voor Spaanse wafels bevat meestal meer suiker dan het deeg voor Belgische of Nederlandse wafels, waardoor de Spaanse wafels een iets zoetere smaak hebben.

    Er zijn verschillende varianten van gofres, waaronder de klassieke ‘gofre de Lieja’ (Luikse wafel), een wafel die oorspronkelijk uit België komt, maar inmiddels ook in Spanje populair is geworden. Deze wafel is dikker en kleiner dan de traditionele Belgische (Brussels) wafel en heeft een knapperige textuur door de toevoeging van parelsuiker.

    Een andere populaire variant is de ‘gofre de Madrid’, die vaak wordt geserveerd met dulce de leche (gekarameliseerde gecondenseerde melk), slagroom en vers fruit. Andere toppings die vaak worden gebruikt zijn Nutella, chocoladesaus, aardbeien, bananen en karamel.

    In sommige delen van Spanje worden gofres ook als hartige snacks gegeten. Deze wafels zijn gemaakt met minder suiker en worden belegd met kaas, ham, tonijn of andere hartige ingrediënten. Ze worden meestal geserveerd als een licht lunchgerecht.

    Gofres zijn in Spanje niet alleen populair als streetfood, maar ook als dessert in restaurants. In sommige restaurants worden ze zelfs geserveerd als onderdeel van het menu del día, de dagelijkse lunchspecial. Als toetje worden ze vaak geserveerd met ijs en slagroom, of met fruit en chocoladesaus.

    Als je in Spanje bent, moet je zeker eens een gofre proberen. Je kunt ze vinden op veel verschillende plekken, van kleine kraampjes op straat tot luxe restaurants. Of je nu gaat voor de klassieke gofre de Lieja of een meer creatieve variant met hartige toppings, je zult zeker genieten van deze zoete Spaanse lekkernij.

    Top 5 meest gegeten wafels in Spanje

    Dit zijn de 5 meest gegeten wafels in Spanje die je op veel plaatsen zult tegenkomen:

    1. ‘Gofre de Lieja’: Deze wafel is oorspronkelijk afkomstig uit België, maar is inmiddels populair geworden in Spanje. Het deeg bevat parelsuiker en heeft een knapperige textuur. Het wordt vaak geserveerd met slagroom en verschillende zoete toppings, zoals Nutella en vers fruit.
    2. ‘Gofre de Madrid’: Deze wafel is iets dikker dan de traditionele Belgische wafel en heeft een zachte textuur. Het wordt vaak geserveerd met dulce de leche, slagroom en vers fruit.
    3. ‘Gofre con Nata’: Deze wafel wordt geserveerd met slagroom en suiker. Het is een eenvoudige, klassieke variant van de Spaanse wafel.
    4. ‘Gofre de Chocolate’: Deze wafel wordt bedekt met warme chocoladesaus en slagroom. Het is een perfecte traktatie voor chocoladeliefhebbers.
    5. Gofre salado’: Dit is een hartige variant van de Spaanse wafel en wordt belegd met kaas, ham, tonijn, groenten of andere hartige ingrediënten. Het is een populaire optie als lichte lunch of als snack.

    Wat is het verschil tussen Luikse en Brusselse wafels?

    De Luikse en Brusselse wafels zijn twee van de populairste soorten Belgische wafels. Hier zijn de belangrijkste verschillen tussen beide:

    • Deeg: Het deeg van de Luikse wafel is dikker en heeft een hoger suikergehalte dan dat van de Brusselse wafel. Dit geeft de Luikse wafel een krokante buitenkant en een zachte, luchtige binnenkant. Het deeg van de Brusselse wafel is daarentegen lichter en luchtiger en heeft een iets knapperige textuur.
    • Vorm: De Luikse wafel heeft een onregelmatige, vierkante vorm, terwijl de Brusselse wafel ronde en gelijkmatige ronde vormen heeft.
    • Toppings: De Luikse wafel wordt vaak geserveerd met suikerparels die in het deeg zijn verwerkt, terwijl de Brusselse wafel vaak wordt geserveerd met fruit, slagroom of chocoladesaus.
    • Bakmethode: De Luikse wafel wordt op hoge temperatuur gebakken tussen twee hete ijzers, terwijl de Brusselse wafel op lagere temperatuur wordt gebakken tussen twee platen. Hierdoor heeft de Luikse wafel een knapperige textuur en de Brusselse wafel een zachte textuur.
  • Waar komt het Spaanse ‘menu van de dag’ vandaan?

    Waar komt het Spaanse ‘menu van de dag’ vandaan?

    Iedereen die Spanje bezoekt of daar is gaan wonen kent het fenomeen ‘menú del día’ maar waar komt dat vandaan en wie heeft dat voor het eerst geïntroduceerd in Spanje. Het ‘menu van de dag’ of ‘dagmenu’ is een Spaanse uitvinding waar veel mensen elke dag gretig gebruik van maken en wat ook door de miljoenen toeristen die het land bezoeken gewaardeerd wordt. Maar wat is het eigenlijk en wie heeft dat zo bedacht?

    Het ‘menu van de dag’ moet niet verward worden met ‘soep van de dag’ of ‘gerecht van de dag’ of iets dergelijks. Een ‘menú del día’ heeft alles inbegrepen in een vaste prijs. Maar wat is dan alles? Alles wil zeggen brood, voorgerecht, hoofdgerecht, nagerecht, water, wijn, koffie en vaak nog veel meer varianten en keuzes. 

    Het mooie van het ‘menu van de dag’ is dat het meestal om een budgetmenu gaat wat niet duur is, al zijn er ook dagmenu’s die behoorlijk prijzig kunnen zijn of dagmenu’s waar extra’s bijkomen zoals voor bijvoorbeeld een extra stuk vlees of iets dergelijks. Er zijn soms al dagmenu’s te vinden van 7 of 9 euro waarbij dus alles inbegrepen is.

    Maar waar komt dit fenomeen vandaan? Volgens de Spaanse Huffington Post stamt het ‘menú del día’ uit de jaren zestig toen de dictator Francisco Franco met zijn franquistische bewind nog aan de macht was en Spanje zich opende voor het internationale toerisme. ‘Spain is different’ was toen de slogan en om de gastronomie aantrekkelijker te maken voor de hordes buitenlandse toeristen werd het dagmenu bedacht.

    Dat gebeurde door de toenmalige franquistische minister van Toerisme Manuel Fraga, de oprichter van de huidige conservatieve/rechtse politieke partij Partido Popular (PP). Fraga introduceerde een wet die het verplicht stelde dat elk restaurant, bar en andere gelegenheden die eten aanboden een ‘menú del día’ moesten hebben. In die tijd stond het ‘menú del día’ ook bekend als ‘menú turístico’ wat dus een uitgebreid en volledig menu was met een vaste lage prijs.

    Maar het dagmenu werd niet alleen gewaardeerd door de buitenlandse toeristen maar ook door de Spanjaarden zelf en al snel verspreidde het fenomeen zich door Spanje. Nu is er geen plaats meer te bedenken waar geen ‘menú del día’ te vinden is. Het zijn niet meer alleen toeristen die graag een menu’tje nemen maar ook werknemers die tussen de middag gaan lunchen en een goedkoop dagmenu nuttigen.

  • Komen de lekkere en bekende Maria-koekjes uit Spanje?

    Komen de lekkere en bekende Maria-koekjes uit Spanje?

    Je zou in eerste instantie denken dat de Maria-koekjes uit Spanje komen vanwege de naam ‘Maria’ die natuurlijk in Spanje veel gehoord is. Ondanks dat het Maria-koekje enorm populair is in Spanje en zelfs dienst doet als ontbijt of ‘merienda’ voor kinderen, komt dit typische koekje niet uit Spanje. Maar waar komt deze lekkernij dan wel vandaan?

    In Spanje worden de Maria-koekjesgalletas maría’ genoemd en worden ze heel veel gegeten. Maar in tegenstelling tot wat veel mensen denken, komen deze koekjes niet uit Spanje. In Nederland en België hebben deze koekjes ook wel eens de naam Maraiakaakje of Marie-biscuit maar in feite zijn ze allemaal hetzelfde. 

    Het oorspronkelijke Maria-koekje komt dus niet uit Spanje, Nederland of België maar uit Groot Brittannië. Het Maria-koekje werd daar in 1874 gemaakt door de Londense bakkerij Peek Freans om het huwelijk van de groothertogin Maria Alexandrovna van Rusland met de hertog van Edinburgh te herdenken. Het koekje werd echter al snel populair in heel Europa. 

    In Spanje werd het koekje zelfs een symbool van economisch herstel na de burgeroorlog. En daarom is het Maria-koekje tot op de dag van vandaag nog steeds enorm populair in Spanje en wordt het nog steeds veel gegeten.

    De vorm van het koekje is rond en heeft meestal de naam Maria in reliëf op de bovenkant. Het koekje is gemaakt van tarwebloem, suiker, palmolie of zonnebloemolie en heeft, in tegenstelling tot een kaakje, een typische vanille-smaak .

    Maria-koekjes kunnen los worden gegeten of worden ondergedompeld in onder andere warme of koude melk, thee, warme of koude chocolade en thee. Je kunt ook een broodje bereiden met twee koekjes, ze insmeren met boter, pindakaas, gecondenseerde melk, jam, dulce de leche enzovoort.

    In Barcelona eten ze ‘galletas fritas’ ofwel gefrituurde en gevulde Maria-koekjes. Het gaat in feite om twee Maria-koekjes met daar tussenin bakkersroom, jam of wat dan ook. Deze bak je daarna in olie om ze daarna met suiker te bedekken. In Spanje worden de Maria-koekjes ook gebruikt bij de bereiding van taarten of als topping bij de Natillas (pudding, vla) en andere desserts. In Nederland van Maria-koekjes ook wel eens de arretjescake gemaakt.

    Waarom hebben deze koekjes gaatjes?

    Dat is een andere vraag, waarom hebben de Maria-koekjes gaatjes? Deze gaatjes zijn niet bedoeld om het weken in een drank te verbeteren of om te voorkomen dat de koekjes breken na aanraking met een vloeistof. De gaatjes worden tijdens het productieproces gemaakt als kleine ventilatieopeningen zodat de stoom tijdens het bakproces kan vrijkomen waardoor de koekjes niet kunnen rijzen. Als deze gaatjes niet zouden bestaan zouden ze niet goed bakken vanwege de ingrediënten.

  • Hoe bestel je een kopje koffie in de autonome regio’s in Spanje

    Hoe bestel je een kopje koffie in de autonome regio’s in Spanje

    MADRID – Een kopje koffie bestellen in Spanje is niet zo makkelijk als in andere landen waar je gewoon koffie bestelt en dan een kopje koffie krijgt met melk en suiker apart. Zo werkt dat in Spanje niet en je moet precies aangeven welke koffie je wilt hebben zoals café solo, café con leche, cortado, carajillo, descafeinado de sobre, corto de café, largo de leche en nog vele andere variaties.

    Er zijn vele variaties koffie in Spanje en als je in een bar of op een terras in Spanje eens om je heen luistert dan hoor je dat vanzelf. Naast de meest gebruikelijke types koffie zijn ook weer diverse soorten te bedenken en de lijst wordt dan steeds langer. We hebben HIER de meest gangbare koffie’s al eens beschreven maar we richten ons nu op de specifieke namen en types koffie per autonome regio.

    In het kort

    Even in het kort de meest gangbare koffie’s in heel Spanje: ‘cortado’ is een sterk kopje koffie met een scheutje warme melk, vaak geserveerd in een glas maar ook mogelijk in een kopje; ‘americano’ is te vergelijken met een café solo maar dan minder sterk, ook wel een grote kop zwarte koffie genoemd; ‘café con leche’ is een grote kop koffie met warme melk; ‘carajillo’ is een klein sterk kopje koffie (café solo of cortado) met een scheut whisky, cognac, baileys of andere likeur naar keuze; ‘café con hielo’ is een kopje koffie, meestal café solo of cortado, die geleverd wordt met suiker en een glas met ijs; ‘cappuccino’ is van oorsprong een Italiaanse koffie en is een ‘americano’ met daarbovenop óf slagroom (nata) óf opgeklopte melk waarbij slagroom meer voor toeristen is.

    Málaga

    Ee kopje koffie bestellen in Málaga is een kunst op zich en ze hebben zeer verschillende namen en types koffie. Zo bestaat de ‘mitad’ wat eigenlijk een café con leche is (half half) maar je kunt ook een ‘largo’ vragen, met meer koffie en minder melk, of een ‘manchado’ wat heel weinig koffie en veel melk is of een ‘corto’ wat veel melk en weinig koffie is. En dan heb je nog de ‘sombra’ (schaduw) wat een vingerdikte koffie is en de rest melk of een ‘nube’ (wolk) wat heel veel melk is en slechts enkele druppels koffie. Lees meer over de koffie in Málaga op de website van BELEEF MALAGA.

    Aragón

    In Aragón kun je een ‘quemadillo’ bestellen wat eigenlijk een koffie is met iets erin. En dat iets is meestal iets van alcohol zoals de ‘quemadillo aragonés’ wat koffie, rum en melk is. 

    Balearen

    Op het Balearen eiland Ibiza kun je een ‘café caleta’ vragen wat een carajillo is met rum of cognac met een beetje citroen en sinaasappel. Op Mallorca kun je een ‘rebentó’ vragen wat ook een carajillo is met rum van het eiland.

    Canarische Eilanden

    Hier kan de koffie op elk eiland weer anders heten maar als je een ‘leche y leche’ bestelt dan krijg je een grote koffie met gecondenseerde melk (café largo con leche condensada). Op Lanzarote kun je een dubbele koffie (cafe doble) bestellen door om een ‘nunca mais’ te vragen. Op Tenerife drinkt men een ‘barraquito’ wat een café con leche is met gecondenseerde melk. 

    Cantabrië

    In Cantabrië is het gebruikelijk een ‘mediano’ te vragen wat een café con leche is en waar de cortado altijd in een glazen kopje geserveerd wordt (het oog wil ook wat).

    Castilië en León

    In deze regio kun je een ‘completo’ bestellen waarmee je eigenlijk aangeeft dat je niet alleen een koffie wilt drinken maar ook een brandy erbij wilt hebben en een sigaar wilt roken, een compleet pakket dus, meestal na de maaltijd.

    Castilla-La Mancha

    Als je een echte café manchego wilt drinken dan ga je voor de ‘resolí’ wat cognac uit de bergen, suiker, koffie, gedroogde sinaasappelschil en kaneel is.

    Catalonië

    Uiteraard vraag je in Catalonië een koffie in het Catalaans zoals de cortado die daar ‘tallat’ heet of een café con leche ‘café amb llet’. Maar je kunt ook een ‘trifásico’ bestellen, een café con leche met brandy of een ‘catalán’ wat een koffie is met crema catalana.

    Valencia regio

    Veel Nederlanders en Belgen overwinteren aan de Costa Blanca en zullen ongetwijfeld de volgende koffie’s wel kennen. Wat dacht je van de ‘blanco y negro’ ofwel een gegranuleerde koffie met meringue melk (café granizado con leche merengada). En wat dacht je van de ‘café del tiempo’ wat een koude koffie is met veel ijsklontjes en suiker met eventueel een schijfje citroen en kaneel. 

    Galicië

    In deze regio kun je een ‘celta’ bestellen wat koffie is met bruine suiker, een scheutje orujo, koffiebonen en een schijfje citroen. Je kunt ook een ‘café con gotas’ vragen, een espresso met een paar druppels orujo (gedistilleerde alcoholische drank die vooral in Galicië, Asturië en Cantabrië populair is).

    Madrid

    In Madrid kun je alle normale koffie’s bestellen maar ook een ‘mediana’ wat een café con leche is maar dan halverwege de ochtend, in een klein kopje. Maar als je een ‘mitad y mitad’ vraagt dan krijg je de koffie met de helft warme en de helft koude melk.

    Murcia

    In Cartagena vraag je om een ‘asiático’, een café solo met gecondenseerde melk, brandy, likeur 43 en gemalen kaneel die erg heet wordt gedronken. Als je een ‘belmonte’ bestelt dan krijg je een koffie met gecondenseerde melk en brandy. 

  • Waarom heet de bekendste komkommer in Spanje ‘pepino holandés’?

    Waarom heet de bekendste komkommer in Spanje ‘pepino holandés’?

    De meest gecultiveerde komkommer in Spanje is de zogenaamde ‘pepino holandés’ waarvan jaarlijks meer dan 650.000 ton geproduceerd wordt in met name de provincie Almería. Daarom heet deze variant in Spanje ook wel de ‘pepino de Almería’ terwijl er ook andere varianten zijn die met name in Spanje populair zijn zoals de ‘pepino español’ of de ‘pepino francés’ die korter en meer gerimpeld zijn.

    Je kent ze wel, de komkommer, wie houdt er nu niet van? Maar wist je dat praktisch alle komkommers die in Nederland, België en Duitsland gegeten worden uit de provincie Almería komen, je weet wel, uit de ‘Costa del Plástico’ bekend van onder andere de populaire Netflix-serie ‘Mar del Plástico’ (wat niets met komkommers te maken heeft).

    Maar wist je dat de in Nederland en België bekende komkommer-variant de typische naam ‘pepino holandés’ heeft gekregen? Het woord komkommer in het Spaans is ‘pepino’ en de toevoeging ‘holandés’ heeft te maken met de variant. De ‘holandés’-versie is namelijk veel langer en gladder dan de Spaanse of Franse versies die dus veel korter zijn en ruwer aan de buitenkant.

    Meer dan 80% van alle gecultiveerde komkommers in Spanje zijn van de ‘holandés’-variant waarbij het overgrote deel geëxporteerd wordt naar Noord Europese landen. In Almería bestaat 81% uit de ‘pepino holandés’, 10% uit de ‘pepino francés’ en slechts 9% uit de ‘pepino español’. Meer dan 90% van de Nederlandse komkommers wordt geëxporteerd terwijl de Franse en Spaanse versies hoofdzakelijk in Spanje en Frankrijk worden gegeten.

    De ‘pepino holandés’ is ongeveer 30 cm lang en kan zelfs 40 cm lang worden, Ze zijn recht en zaadloos zonder zaadlijsten met een gladde buitenkant. Het is een ‘light’ komkommer die heel zacht en niet bitter smaakt waardoor de komkommer met schil/huid en al gegeten kan worden.

    De ‘pepino español’ is zeer klein te noemen en is tussen de 10 en 12 cm lang, van buiten ruw en gerimpeld. De ‘pepino francés’ daarentegen is iets langer en is tussen de 15 en 20 cm lang maar ook ruw en gerimpeld van buiten maar iets minder dan de Spaanse komkommer.

    Deze variant werd oorspronkelijk niet gecultiveerd in Spanje maar werd dertig jaar geleden vanuit Nederland meegebracht naar Spanje waar de Nederlandse komkommer het hele jaar door geproduceerd kon worden. De meeste Nederlandse komkommers worden gecultiveerd in de provincies Almería en Granada in Andalusië met respectievelijk 4.610 en 2.099 hectare gevolgd door de Canarische Eilanden met 245 hectare. Verder worden er ook komkommers gecultiveerd in Catalonië (147 ha), Murcia (118 ha) en de Valencia regio (117 ha).

    Leuk weetje: komkommertijd

    De term komkommertijd heeft niets met Spanje te maken (voor zover wij weten) maar heeft wel een zomerse betekenis. Komkommertijd is de benaming voor een bepaalde periode in het jaar, met name in de zomer, waarin er weinig nieuws te melden is omdat politici en veel anderen op vakantie zijn, misschien wel naar Spanje. De term zelf schijnt een Britse achtergrond te hebben (uit 1700 met ‘cucumber-time’) maar in Spanje bestaat er ook een term voor de rustige nieuws-periode: ‘Serpiente de verano’ of ‘culebrón del verano’ wat dus niets met komkommers of ‘pepinos’ te maken heeft.

  • ‘Jueves Lardero’ in Spanje of het begin van Carnaval

    ‘Jueves Lardero’ in Spanje of het begin van Carnaval

    Wanener officieel het carnaval begint in Spanje viert men dat op veel plaatsen in het land met de “Jueves Lardero” wat in elke autonome regio weer een andere naam heeft zoals ‘Dijous Gras’ in Catalonië, ‘Día de la Mona’ in Albacete of ‘Jueves Merendero’ in Salamanca. Een ding hebben deze vette donderdagen gemeen en dat is dat er veel en vet gegeten wordt waarbij ook weer elke regio een eigen gerecht of specialiteit heeft.

    De ‘Jueves Lardero’ stamt af van het Latijnse lardarius wat tocinero (vertaling onbekend) betekent. Op veel plaatsen in Spanje wordt deze dag wat het begin is van Carnaval gevierd met verschillende gebruiken waarbij een ding vaak centraal staat, het genieten van typische gerechten en als het even kan in de buitenlucht.

    In Catalonië geniet men op de ‘Dijous Gras’ bijvoorbeeld van de tortilla de patatas (aardappelomelet) of butifarra de huevo worst terwijl men op de Balearen eilanden op ‘Dijous Llarder’ geniet van gerechten met eieren zoals de tortilla de patata of coca de llardons die men overigens op meer plaatsen in Spanje eet op deze dag. Ook in de Comunidad de Madrid eet men traditioneel de tortilla de patata op de dag die ook wel bekend staat als de ‘Día de la Tortilla’.

    In Andalusië heeft elke regio weer een eigen traditie en is het onmogelijk om ze allemaal hier op te sommen. De dag staat in Andalusië ook wel bekend als de ‘Jueves Gordo’ of ‘Día de las merendicas’ wat op veel plaatsen ook een lokale feestdag is zoals in Churriana de la Vega, Cullar Vega in de provincie Granada of Benahadux in Almería en Puente Genil in Córdoba.

    Ook in Castilië en León en Castilla-La Mancha wordt de ‘Jueves Lardero’ gevierd en is deze zeker bekend in de provincie Salamanca waar deze dag de ‘Jueves Merendero’ heeft of in Soria waar men het ook wel omschrijft als ‘Jueves lardero, pan, chorizo y huevo’ waar het de gewoonte is om met vrienden te gaan lunchen.

    In de deelstaat Aragón maakt men gebruik van de ‘Jueves Lardero’ om genoeg vet te eten om de carnaval te doorstaan, ofwel ‘ponerse las botas’. Er wordt tortilla de patata, carne en chorizo gegeten tijdens deze dag.

    Hierboven staan slechts enkele voorbeelden want er zijn nog veel meer tradities en traditionele gerechten te vinden in heel Spanje. Als je er nog een of meer weet, laat het ons weten en plaats een reactie 🙂

  • De traditionele Driekoningen cake: Roscón de reyes

    De traditionele Driekoningen cake: Roscón de reyes

    Als je in Spanje woont en op de een of andere manier ook het Driekoningenfeest viert dan zul je zeker ook in aanraking komen met de typische cake of taart die op 6 januari gegeten wordt. De roscón de Reyes is een ronde taart die eigenlijk op een hele grote donut lijkt, met een gat in het midden en de randen gevuld met slagroom of ander zoets. Het opvallende is dat in de vulling iets verstopt zit en dat dit een betekenis heeft.

    De roscón de Reyes of pastel de Rey is een groot zoet brood of taart in de vorm van een torus (zeg maar donut) met een gat in het midden en de taartranden belegd met gesneden gekonfijt fruit.

    De taart zelf bestaat uit twee delen (boven en onder) en is normaal gesproken gevuld met slagroom of crème maar de laatste jaren ook wel met mokka, chocolade, dulce de leche en van alles en nog wat als het maar zoet is. In veel winkels zijn tot wel 50 soorten te vinden. Er zijn ook Driekoningentaarten te vinden zonder vulling voor diegene die niet zo van zoet houden.

    Verrasing

    Het meest opvallende en karakteristieke van de roscón de Reyes is dat er kleine verrassingen in zitten. Dat zijn traditioneel gezien kleine keramische of plastic beeldjes die te maken hebben met baby Jezus. Daarnaast zit er ook een boon (haba) in de vulling van de taart en wordt de taart gepresenteerd met een gouden kroon.

    Diegene die in zijn/haar stukje taart een boon vindt moet de roscón de Reyes betalen terwijl degene die het beeldje vindt de kroon mag opzetten en voor die dag de Rey (koning) of Reina (koningin) is.

    De laatste jaren worden de roscónes de Reyes ook gebruikt voor reclamedoeleinden en om klanten te trekken zoals bij het warenhuis El Corte Inglés waar diverse goudstaven verstopt zijn in de ruim 600.000 geproduceerde Driekoningentaarten.

    Daarnaast zijn er ook bakkers en winkels die geld en cadeaubonnen verstoppen in de vulling van de taarten maar dat heeft eigenlijk niets meer te maken met het kinderfeest.

    Geschiedenis

    Waar de roscón de Reyes vandaan komt is niet helemaal bekend maar volgens sommige deskundigen stamt deze speciale taart, oorspronkelijk zonder vulling, uit de tijd van de Romeinen die ook in Spanje huis hebben gehouden.

    Anderen zeggen dat de roscón de Reyes taart komt van de vorm van de corona de adviento ofwel de adventskrans die dezelfde ronde vorm heeft maar bestaat uit dennen- of sparrengroen.

    Er zijn ook theorieën dat de roscón de Reyes de oorsprong heeft in het feest ter ere van Saturnus, de God van landbouw. Tijdens deze festiviteiten werd er al een ronde taart gemaakt met vijgen, dadels en honing die verdeeld werd onder de armen en slaven. Daarnaast is bekend dat er in de derde eeuw al een boon of iets soortgelijks in de vulling werd gedaan.

  • De Catalaanse ‘calçots’ traditie

    De Catalaanse ‘calçots’ traditie

    Januari en februari zijn traditiegetrouw de maanden van het jaar dat in de autonome regio Catalonië de ‘calçots’ gegeten worden. Het is een gastronomisch ritueel waar men in de regio trots op is en waar jaarlijks duizenden mensen vanuit heel Spanje maar ook andere landen op af komen. Met name de stad Valls en de provincie Tarragona staan bekend om de ‘calçotadas’.

    Maar wat is een ‘calçot’? In feite is het een zachte en zoete uit die te vergelijken is met de lente-ui (cebolla) en er een beetje uitziet als een prei (puerro). Het witte deel van de ‘calçot’ is doorgaans zo’n 25 cm lang en is rijk aan calorieën, koolhydraten, eiwitten, vezels, fosfor en vitamine B en C.

    Oorsprong

    Het verhaal gaat dat de ‘calçots’ geboren zijn in de stad Valls in de provincie Tarragona waar de boer Xat de Benaiges eind negentiende eeuw voor het eerst de bijzondere ui heeft gecultiveerde door deze met grond te bedekken zodat een langer wit deel van de uit geschikt is om te eten. Die vorm van cultiveren staat bekend als ‘calçar’ in het Catalaans. Dezelfde boer verbrande per ongeluk enkele uien en at deze daarna op om de uien niet weg te gooien waarna hij ontdekte dat de ‘calçots’ erg smaakvol waren.

    Weliswaar worden de maanden januari en februari gezien als de traditionele maanden om de ‘calçots’ te eten maar eigenlijk worden ze tegenwoordig al vanaf november tot en met april gegeten.

    Bereiding

    ‘Calçots’ worden geroosterd in het vuur tot ze verkoold zijn waarna ze in krantenpapier gewikkeld wooden om te stomen. Vervolgens worden de ‘calçots’ gegeten (vaak gepresenteerd op een omgedraaide dakpan of iets soortgelijks) door de verkoolde schil eraf te pellen en het witte gedeelte in salvitxada of romesco-saus te dopen. De groene toppen worden weggegooid. 

    Eten

    Het eten op zich is een heel ritueel want dat gebeurt zonder bestek en een beetje op de wijze zoals men een haring eet, met een hand de ‘calçot’ met lekkende saus in de lucht en dan met je hoofd naar achteren naar binnen werken … zonder te knoeien, iets dat onmogelijk lijkt. Daarom krijgen ‘calçot’ eters een slabbertje om zodat de kleding niet vies wordt.

    De calçots worden meestal begeleid met rode wijn of cava mousserende wijn. Stukken vlees en sneetjes brood worden in de houtskool geroosterd na het koken van de ‘calçots’.

  • Wat is Gazpacho in Spanje

    Wat is Gazpacho in Spanje

    De klassieker onder het afkoelende voedsel (of drank) in Spanje is de koude soep. De Gazpacho wordt gemaakt van rauwe groenten en kruiden, meestal met tomaat, maar in de originele versie beslist zonder vlees of bouillon. Deze soep wordt niet verwarmd maar moet ijskoud gegeten worden. Gazpacho stilt de honger, lest de dorst en voorziet het lichaam van de nodige vitamines en zout.

    Het gerecht wordt zowel als amuse, voorgerecht, hoofdgerecht, tapa of als tussendoortje gegeten/gedronken. De Gazpacho bestaat uit tomaten, rode paprika, komkommer, uien, water, azijn, knoflook, zout en croutons (de rode paprika, uien en croutons worden meestal apart erbij gegeven maar het kan ook zonder).

    Gazpacho kan uit een glas/beker gedronken worden of gegeten met een lepel waarbij men in het tweede geval meestal (maar niet altijd) in de Gazpacho croutons, kleine gesneden uitjes en paprika doet.

    Gazpacho kan ook gegeten worden samen met gesneden meloen wat het een heerlijk verfrissend voorgerecht maakt of als nagerecht of tussendoortjes kan dienen.

    Herkomst

    De benaming Gazpacho is mogelijk afkomstig van het Latijnse woord caspa wat staat voor restje of kleinigheid. Een andere theorie is dat het woord is afgeleid van het eveneens Latijnse woord gazofiliacum wat zoiets als Schatgraven in een kerk betekent.

    De herkomst van het gerecht is niet helemaal duidelijk. Een theorie is dat het gebaseerd is op een Romeins gerecht met azijn. Een andere theorie is dat de Moren een gerecht met water, knoflook, olijfolie en brood introduceerden en dat gazpacho hierop doorontwikkeld is. Maar mogelijk maakten Spaanse herders al voor het begin van de jaartelling een soort gazpacho.

    Het is na verloop van tijd een belangrijk onderdeel geworden van de Andalusische keuken, met name rond de steden Córdoba en Sevilla. Pas in de 19e eeuw werd het gebruikelijk om tomaten toe te voegen en dit werd ook het internationale gebruik. Vandaar dat een gazpacho die buiten Spanje wordt geserveerd bijna altijd rood is.

    Variant: Salmorejo

    De Salmorejo is typisch voor de regio Córdoba en is vergelijkbaar met de bekendere Gazpacho. Er zijn echter wel verschillen zoals de textuur van het gerecht die veel romiger is. Salmorejo wordt meestal geserveerd als voorgerecht en wordt gemaakt van brood, knoflook, olijfolie, azijn, zout en tomaten.

    De Salmorejo wordt op vele manieren geserveerd, los als koude soep, met een gekookt ei of met croutons. Ook is het normaal om blokjes Jamon Serrano in de Salmorejo te doen, iets wat overigens erg lekker is.

  • De torrefacto koffie in Spanje

    De torrefacto koffie in Spanje

    In Spanje wordt veel en vaak koffie gedronken in verschillende varianten zoals de café solo, de cortado, café con leche of de carajillo. Maar wellicht is het je al eens opgevallen dat de koffie soms een andere bittere nasmaak heeft. Dat komt dan vaak door de torrefacto, aanwezig in de in Spanje populaire ‘mezcla’ koffie.

    Mezcla

    ‘Mezcla’ wil niets anders zeggen dan ‘een mix’ van koffiebonen. In de meeste gevallen gaat het dan om een variant van 50% ‘natural’ bonen en 50% ‘torrefacto’ bonen. In andere gevallen gaat het om een ‘100% café arabica’ wat te maken heeft met koffie van oorsprong uit Midden-Afrika en Azië.

    Arabica koffie is de meest gedronken koffie ter wereld en bevat zo’n 70% van de huidige koffiemarkt. De rest is voornamelijk robusta met als doel om te gebruiken voor het melangeren.

    Torrefacto

    Maar wat is dan eigenlijk torrefacto en waarom is dat zo populair in Spanje. Simpel gezegd is torrefacto het eindresultaat van het proces dat ‘torrefacción’ heet waarbij de koffiebonen na het verwarmen in het laatste proces suiker toegevoegd krijgen om een dun laagje te vormen op de koffiebonen om deze een zwart glanzend effect te geven.

    De oorspronkelijke reden voor het ‘torrefacción’ proces was om de kwaliteit van de koffiebonen (groene koffie) te verlengen. Maar het proces zorgt er ook voor dat de koffie er beter en mooier uitziet, een langdurige smaak in de mond heeft, een bittere nasmaak en daarnaast tweemaal zoveel cafeïne bevat als de 100% arabica-koffie.

    Oorsprong

    De oorsprong van de torrefacto koffie ligt in Latijns Amerika maar het is de Spanjaard José Gómez Tejedor die begin 19e eeuw het proces naar Spanje en later ook naar Portugal bracht onder de nog steeds bestaande naam Cafés La Estrella.

    Gedurende jaren was de café torrefacto de standaard in Spanje en zeker na de Burgeroorlog toen koffie schaars en duur was. Daarom werden de koffiebonen gemengd met torrefacto wat dus de huidige mezcla op heeft geleverd.

    Pas in 2012 werd via een Koninklijk decreet (Real Decreto 1676/2012) vastgelegd wat café torrefacto is: ‘café tostado en grano, con adición de sacarosa o jarabe de glucosa, antes de finalizar el proceso de tueste, en una proporción máxima de 15 kilogramos de dichos azúcares (expresados en sustancia seca) por cada 100 kilogramos de café verde’.

    Anno 2019

    Spanje en Portugal zijn praktisch de enige landen binnen Europa waar nog de torrefacto koffie wordt gedronken. Ondanks de sterk opkomst van andere koffiesoorten die meer ‘natural’ zijn en ‘100% arabica’ zoals bij de Nespresso en Starbucks ketens (die geen torrefacto hebben) wordt er in de horeca nog steeds gebruikt gemaakt van de torrefacto koffie.

    Terwijl in de winkels en supermarkten de mezcla koffie uit 50% ‘natural’ bonen en 50% ‘torrefacto’ bonen bestaat zijn die verhoudingen in de Spaanse bars vaak 70/30% , 65/35% of 80/20% waarbij het laagste cijfer de torrefacto bonen is.

    Volgens de horeca vinden de Spanjaarden de torrefacto koffie lekker en is dat een van de belangrijkste redenen om deze koffiesoort nog aan te bieden. Aan de andere kant is de torrefacto of mezcla koffie 8% tot 10% goedkoper dus dat zal ook zeker meespelen.

    Daarbij moet men als men in Spanje koffie koopt opletten met de mezcla koffie aangezien er vaak voor 50% gebruik gemaakt wordt van de robusta koffiebonen en niet de arabica koffiebonen. Wil je in de Spaanse winkel dus ‘echte’ koffie kopen dan moet je zoeken naar de term ‘100% natural’ of ‘100% arabica’ om er zeker van te zijn dat je niet een mix-koffie koopt.

  • Koude koffie in Spanje

    Koude koffie in Spanje

    In de warme zomermaanden een warm bakje koffie, of beter gezegd een café solo, cortado, americano of cafe con leche (warme melk dus) drinken in Spanje zorgt al snel voor zweetdruppels op het voorhoofd. Daar heeft men in Spanje met de café con hielo natuurlijk een antwoord op maar als je een “hipster” wilt zijn en modern wilt doen moet je een van oorsprong Griekse frappé drinken.

    Sinds dat het Amerikaanse Starbucks de “frappuccino” heeft gepresenteerd is men helemaal gek van de traditionele Griekse “frappé” maar dan nieuwe stijl welke in Italië de naam “shakerato” heeft gekregen.

    Frappé (in het Frans geslagen) is een schuimend Grieks koffiedrankje gemaakt van oploskoffie dat koud gedronken wordt. Het wordt geserveerd in hoge glazen met een rietje en een glas water en het wordt naast de Grieken ook veel gedronken door toeristen.

    De bereiding is eigenlijk heel simpel. De oploskoffie wordt met water schuimig geklopt. Het drankje wordt dan in een glas gegoten waarin zich (gebroken) ijs bevindt en drinken maar.

    Als het eerste proces klaar is komt de variatie erin. Daar heb je eigenlijk alleen een blender, goede koffie, ijs, melk en de favoriete ingrediënten voor nodig. Deze kunnen zijn vanille, dulce de leche, mokka etc. Let wel op, het zijn geen “light” dranken, daar kun je beter de Spaanse café con hielo voor drinken.

    Café con hielo

    De “frappé” mag dan wel populair zijn maar veel Spanjaarden zweren nog steeds bij de traditionele café con hielo (koffie met ijs). Standaard bestaat deze koffie uit een café solo (espresso) die iets meer koffie dan normaal heeft. Samen met de koffie wordt een glas met ijsblokjes geserveerd.

    Als men suiker in de koffie drinkt dan moet dat eerst in de koffie gedaan worden en geroerd worden voordat de koffie in het glas met ijs gegoten wordt. Er zijn varianten op zoals in de Comunidad Valenciana waar er een schijfje citroen in het glas gedaan wordt en het de naam “cafe del tiempo” heet.

    Café frappé met vanille

    Dit is een frappé versie met vanille ijs. Wat je nodig hebt is 100 milliliter koude koffie, 50 milliliter melk, 2 kopjes ijsblokjes en 1 bolletje vanille ijs. Dat alles gaat in de blender totdat het een gemengd drankje is waarna het in een groot hoog glas gegoten kan worden.

    Andere mogelijkheid is om alles behalve het bolletje ijs in de blender te doen en het vanille ijs later bovenop leggen. Op de laatste manier wordt deze frappé vaak geserveerd in ijssalons.

    Café frappé met dulce de leche

    Dulce de leche is een karamelpasta dat veel in landen als Argentinië, Chile, Uruguay etc genuttigd wordt. Aangezien het zoet is (letterlijke vertaling is melkzoet) geeft het een aparte smaak aan de zomerse frappé met latijns Amerikaans tintje.

    Wat je nodig hebt is 100 milliliter koude koffie, 50 milliliter melk, 2 kopjes ijsblokjes en 30 milliliter dulce de leche (o.a. te koop bij de Mercadona en Carrefour). Dit alles gaat in de blender waarna je het goedje in een groot hoog glas giet. Naar wens kan er slagroom en een beetje dulce de leche als decoratie op voordat je het serveert.

    Café frappé met mokka

    We nemen opnieuw de frappé basisingrediënten bestaande uit 100 milliliter koude koffie, 50 milliliter melk, 2 kopjes ijsblokjes en voegen daar in dit geval 10 gram cacaopoeder toe. Opnieuw gaat alles in de blender en wordt de frappé in een groot hoog glas gepresenteerd. Indien gewenst met slagroom en een beetje cacaopoeder bovenop.

  • Waar komt de naam Spaanse peper vandaan

    Waar komt de naam Spaanse peper vandaan

    Spaanse pepers komen niet uit Spanje maar waarom hebben ze dan wel het voorvoegsel Spanje? Dit is niet ongewoon want er zijn andere pepers die ook voorvoegsels hebben die niets te maken hebben met de oorsprong van die pepers zoals lomboks en cayennepeper. Maar waarom is dat het geval met de Spaanse versie?

    Spaanse pepers komen in tegenstelling tot wat veel mensen waarschijnlijk denken niet uit Spanje maar uit Midden- en Zuid-Amerika. Men gaat er vanuit dat het voorvoegsel ‘Spaanse’ is afgeleid uit de 16e eeuw toen de pepers vanuit Amerika naar Nederland/België werden aangevoerd via Spaanse handelaren.

    Om een onderscheid te hebben met de Oosterse pepers werd besloten de pepers uit Midden- en Zuid-Amerika gemakshalve Spaanse pepers te noemen. De rode langwerpige chilipepers worden ook wel ‘rode pepers’ genoemd (al kunnen ze ook groen gegeten worden) en in het Spaans gewoon ‘pimiento’ of ‘chile’.

    Wist je trouwens dat de Spaanse pepers eigenlijk meer verwant zijn met de paprika’s dan met de meer bekende Aziatische zwarte en witte pepers? De Spaanse pepers worden echter peper genoemd vanwege de overeenkomst in smaak en de langwerpige vorm die afwijkt van de paprika.

    ‘Spaanse peper’ is samen met gewone korrelpeper de belangrijkste specerij om gerechten ‘heet’ te laten smaken. De stof die verantwoordelijk is voor de hete smaak van Spaanse peper smaak is capsaïcine (bij gewone peper is dat piperine). Beide stoffen hebben gemeen dat ze direct de warmtereceptoren in de mond prikkelen. Hierdoor wordt de smaak vaak als ‘heet’ omschreven.

  • De ‘Hora del vermut’ in Spanje

    De ‘Hora del vermut’ in Spanje

    De vermut is fashion en wordt de laatste jaren weer veel gedronken, of eigenlijk is dit drankje nooit echt weggeweest. De vermut wordt traditiegetrouw gedronken voordat men met de lunch begint en is eigenlijk bedoeld om de eetlust op te wekken. Tegenwoordig kan men echter een vermut drinken wanneer men dat maar wilt.

    De vermut (in het Nederlands vermout) is een versterkte wijn die op smaak wordt gemaakt met aromatische planten en kruiden. De drank ontstond volgens sommigen in Frankrijk al zegt men in Catalonië dat deze regio de oorspronkelijke Vermut heeft bedacht.

    Vermut wordt als een aperitief voor de lunch of als digestief na het eten genuttigd. Het alcoholpercentage ligt doorgaans rond de 15% maar bij de goedkopere varianten is dat lager.

    In Spanje wordt de vermut voornamelijk gedronken in de autonome regio’s Catalonië en Madrid waarbij de ‘la hora del vermut’ zeer populair is bij de inwoners. Dat wil echter niet zeggen dat er in andere regio’s in Spanje geen vermut wordt gedronken.

    In Spanje drinkt men vooral de witte (fruitig, licht en verfrissend) en gemengd met bruiswater is deze helemaal hip. De rode vermut wordt vaak als aperitief genuttigd vanwege de bitterzoete kruidensmaak.

    Doe je mee met ‘La hora del vermut’ in Spanje
    Drie soorten vermut / Wikimedia

    Top 5 vermuts

    Er zijn veel merken vermuts te vinden in Spanje maar volgens het net verschenen boek ‘Guía del vermut’ staan deze vermuts hoog in de top 5 lijst.

    Miró Rojo // dit is de authentieke vermut uit de Catalaanse stad Reus. 5 á 6 euro per fles.

    Yzaguirre Rosado Premium // een vermut uit de gemeente El Morell in de provincie Tarragona. 7 euro per fles.

    Vermut Siset // een vermut die tevens uit Catalonië komt en gemaakt wordt in de bodega Mascaró in Villafranca del Penedes. 9 euro per fles.

    St. Petroni Branco // een vermut uit de Rias Baixas in Galicië. zo’n 14 euro per fles.

    Dos Déus Reserva // een vermut afkomstig uit de Catalaanse wijnregio Priorat in de provincie Tarragona. Dit is een van de duurdere vermuts met een kostprijs van zo’n 25 euro per fles.

  • Wentelteefjes Vs ‘torrijas’ met Pasen in Spanje

    Wentelteefjes Vs ‘torrijas’ met Pasen in Spanje

    Tijdens de Semana Santa of Paasweek wordt er traditiegetrouw groots gefeest, niet alleen met emotionele processies maar ook met lekkere recepten en lekkernijen. De ‘torrijas’ zijn een van die typische Semana Santa lekkernijen die verplicht zijn om te eten met Pasen.

    Deze heerlijke traktatie, met recepten die dateren uit de jaren 1600, is zeer traditioneel voor Pasen. De Torrijas zijn een beetje te vergelijken met de in Nederland ons bekende wentelteefjes maar dan met honing. Dikke stukken – van het liefst enkele dagen oud – brood worden geweekt in een mengsel van melk en ei, vervolgens gebakken in olijfolie en geserveerd met honing en/of suiker en kaneel.

    Een wentelteefje, ook verloren brood of gewonnen brood genoemd, is te vergelijken met de Spaanse torrijas. Het is populair als ontbijt in grote delen van Europa en Noord-Amerika waar het ook bekend staat als French Toast.

    Sneden brood worden kort geweekt in een mengsel van melk en eieren en vervolgens in boter gebakken. Ten slotte wordt het baksel bestrooid met suiker en desgewenst kaneel.

    Het verschil tussen de torrijas en de wentelteefjes zit hem wellicht in het type brood dat men gebruikt waarbij dit in Spanje iets dikker (oud stokbrood of pan de pais) is dan in Nederland. Daarnaast gebruikt men in Spanje in plaats van suiker liever honing maar komt ook beide voor. Een ander verschil is het bakken in olijfolie in Spanje terwijl men dat in Nederland in boter doet.

  • Wat is het nou: tapa, pincho, aperitivo of tentempié in Spanje?

    Wat is het nou: tapa, pincho, aperitivo of tentempié in Spanje?

    Voor diegene die niet weet wat de titel inhoudt alvast het volgende. Zowel tapa, pincho (of pintxo), aperitivo alsook het moderne tentempié kunnen gebruikt worden als woord voor een voorafje of tussendoortje. De meest bekende van het rijtje is uiteraard de tapa, bekend van de tapasbars in Spanje. Maar uiteindelijk hebben ze allemaal dezelfde betekenis.

    Spanje heeft een ding als kenmerk waar veel buitenlanders die in Spanje komen wonen van houden en waarschijnlijk het snelste aanleren, de tapas ofwel “tapeo” of “ir de tapas” waarbij men enkele voorafjes gaat eten onder het genot van een wijntje of biertje en geniet van de culinaire hoogstandjes en vrienden.

    In veel bars in Spanje is het gebruikelijk bij je drankje een “tapa” of “pincho” te krijgen waarvoor men niet hoeft te betalen en meestal de specialiteit van het huis is. Dat is echter niet overal zo en het ligt eraan in welk deel van Spanje men “ir de tapas” gaat. In alle gevallen gaat het om eetlustopwekkende hapjes en Spaanse aperitiefhapjes die meestal voor de middag- of avondmaaltijd genuttigd worden.

    Tegenwoordig is het echter ook heel normaal om een “pica pica” te doen waarbij er verschillende tapas of pintxos (pìnchos) op tafel gezet worden en de aanwezige personen samen daarvan eten. Tapas worden ook steeds meer gegeten als hoofdmaaltijd in plaats van alleen een voorafje.

    Terwijl de woorden “tapa” en “pintxo” of “pincho” het meest gebruikt worden, kan er ook gesproken worden van een “aperitvo” of zelfs een “tentempíe” wat afstamt van tente en pié (al staande iets eten aan de bar).

  • Het verhaal van de torrefacto koffie in Spanje

    Het verhaal van de torrefacto koffie in Spanje

    In Spanje wordt veel en vaak koffie gedronken in verschillende varianten zoals de café solo, de cortado, café con leche of de carajillo. Maar wellicht is het je al eens opgevallen dat de koffie soms een andere bittere nasmaak heeft. Dat komt dan vaak door de torrefacto, aanwezig in de in Spanje populaire ‘mezcla’ koffie.

    Mezcla

    ‘Mezcla’ wil niets anders zeggen dan ‘een mix’ van koffiebonen. In de meeste gevallen gaat het dan om een variant van 50% ‘natural’ bonen en 50% ‘torrefacto’ bonen. In andere gevallen gaat het om een ‘100% café arabica’ wat te maken heeft met koffie van oorsprong uit Midden-Afrika en Azië.

    Arabica koffie is de meest gedronken koffie ter wereld en bevat zo’n 70% van de huidige koffiemarkt. De rest is voornamelijk robusta met als doel om te gebruiken voor het melangeren.

    Torrefacto

    Maar wat is dan eigenlijk torrefacto en waarom is dat zo populair in Spanje. Simpel gezegd is torrefacto het eindresultaat van het proces dat ‘torrefacción’ heet waarbij de koffiebonen na het verwarmen in het laatste proces suiker toegevoegd krijgen om een dun laagje te vormen op de koffiebonen om deze een zwart glanzend effect te geven.

    De oorspronkelijke reden voor het ‘torrefacción’ proces was om de kwaliteit van de koffiebonen (groene koffie) te verlengen. Maar het proces zorgt er ook voor dat de koffie er beter en mooier uitziet, een langdurige smaak in de mond heeft, een bittere nasmaak en daarnaast tweemaal zoveel cafeïne bevat als de 100% arabica-koffie.

    Het verhaal van de torrefacto koffie in Spanje
    Freepik

    Oorsprong

    De oorsprong van de torrefacto koffie ligt in Latijns Amerika maar het is de Spanjaard José Gómez Tejedor die begin 19e eeuw het proces naar Spanje en later ook naar Portugal bracht onder de nog steeds bestaande naam Cafés La Estrella.

    Gedurende jaren was de café torrefacto de standaard in Spanje en zeker na de Burgeroorlog toen koffie schaars en duur was. Daarom werden de koffiebonen gemengd met torrefacto wat dus de huidige mezcla op heeft geleverd.

    Pas in 2012 werd via een Koninklijk decreet (Real Decreto 1676/2012) vastgelegd wat café torrefacto is: ‘café tostado en grano, con adición de sacarosa o jarabe de glucosa, antes de finalizar el proceso de tueste, en una proporción máxima de 15 kilogramos de dichos azúcares (expresados en sustancia seca) por cada 100 kilogramos de café verde’.

    Anno 2019

    Spanje en Portugal zijn praktisch de enige landen binnen Europa waar nog de torrefacto koffie wordt gedronken. Ondanks de sterk opkomst van andere koffiesoorten die meer ‘natural’ zijn en ‘100% arabica’ zoals bij de Nespresso en Starbucks ketens (die geen torrefacto hebben) wordt er in de horeca nog steeds gebruikt gemaakt van de torrefacto koffie.

    Terwijl in de winkels en supermarkten de mezcla koffie uit 50% ‘natural’ bonen en 50% ‘torrefacto’ bonen bestaat zijn die verhoudingen in de Spaanse bars vaak 70/30% , 65/35% of 80/20% waarbij het laagste cijfer de torrefacto bonen is.

    Volgens de horeca vinden de Spanjaarden de torrefacto koffie lekker en is dat een van de belangrijkste redenen om deze koffiesoort nog aan te bieden. Aan de andere kant is de torrefacto of mezcla koffie 8% tot 10% goedkoper dus dat zal ook zeker meespelen.

    Daarbij moet men als men in Spanje koffie koopt opletten met de mezcla koffie aangezien er vaak voor 50% gebruik gemaakt wordt van de robusta koffiebonen en niet de arabica koffiebonen. Wil je in de Spaanse winkel dus ‘echte’ koffie kopen dan moet je zoeken naar de term ‘100% natural’ of ‘100% arabica’ om er zeker van te zijn dat je niet een mix-koffie koopt.

  • Spaanse chocolademelk

    Spaanse chocolademelk

    In Nederland zegt men Chocomel en in België Cécémel maar als je dat in Spanje wilt bestellen dan heb je meerdere keuzes die allemaal min of meer anders zijn. Zo kun je kiezen voor het merk Cola Cao of Nesquik voor het ontbijt of merienda of Cacaolat als het warm is of chocolate caliente als het koud is in Spanje. Wat is wat in de wereld van de Spaanse chocolademelk.

    Terwijl in Nederland in 1932 het merk Chocomel als chocolademelk van Nutricia en later van FrieslandCampina werd geïntroduceerd, gebeurde hetzelfde in Spanje met Cacaolat dat in Barcelona werd bedacht. Chocolademelk bestaat uit gedeeltelijk afgeroomde en/of magere melk, suiker, cacao en diverse andere smaakmakers.

    Cacaolat

    Een jaar voordat Nutricia in Nederland met Chocomel op de proppen kwam werd in 1931 in Barcelona het drankje Cacaolat bedacht. Deze lijkt weliswaar op de chocolademelk die men kent in Nederland maar is niet helemaal hetzelfde. Cacaolat werd bedacht door Joan Viader Roger en zijn zoon Marc die in 1925 reeds Letona (melk) hadden opgezet.

    Het drankje werd gemaakt door magere melk, die op dat moment niet als nuttig werd beschouwd, te mengen met cacao en suiker. Gedurende vele jaren werd Cacaolat alleen gedronken in Catalonië en de Comunidad Valenciana maar enkele jaren later ging heel Spanje aan de Cacaolat.

    Toch is Cacaolat meer een drankje in het noordoosten en zuidoosten van het land terwijl men in Andalusië beter bekend is met het daar gemaakte Puleva (batido de cacao). Een van de verschillen is dat Puleva minder cacao bevat dan Cacaolat en iets zachter is omdat Puleva meer melk heeft.

    Cacaolat is bedacht om koud te drinken maar het is ook mogelijk om dit drankje warm te drinken waarbij je deze dan ‘Cacaolat caliente’ noemt. Daarbij wordt de chocolademelk vaak via een stoomapparaat (zoals om melk te verwarmen in een bar) warm gemaakt.

    Wist je trouwens dat het in de wijk Raval in Barcelona nog steeds mogelijk is om bij de familie van de bedenkers van deze Catalaanse chocolademelk een drankje te nuttigen in de Granja M. Viader bar.

    Cola Cao, Nesquik, Cacaolat of chocolate caliente in Spanje?
    Cacaolat Vs Puleva

    Chocolate caliente

    Een van de fouten die buitenlanders vaak maken als ze warme chocolademelk willen hebben is vragen naar ‘chocolate caliente’. Als men dat besteld krijgt men echter meestal een dikke chocolade dip die beter met een lepel gegeten kan worden dan gedronken.

    De chocolate caliente is meer gebruikelijk te vragen als men bv. churros of porras wil eten ofwel ‘churros con chocolate’. De churros stop je dan in de warme chocolade drap om ze daarna vingerlikkend naar binnen te werken. Deze chocolade noemt men ook wel eens ‘chocolate a la taza’.

    Als je in Spanje warme chocolademelk wilt hebben dan zegt men doorgaans het eerder genoemde ‘Cacaolat caliente’ of nog beter ‘Cola Cao’ of het internationaal bekende ‘Nesquik’.

    Het verschil is dat Cacaolat reeds een drankje is dat warm gemaakt wordt om zo in een glas te serveren. In het geval van Cola Cao of Nesquik wordt de drank geserveerd door middel van warme melk in een glas met daarbij de poeder in een zakje die men zelf in de warme melk dient te doen en te mengen.

    Cola Cao, Nesquik, Cacaolat of chocolate caliente in Spanje?
    Nesquik Vs Cola Cao

    Cola Cao Vs Nesquik

    Terwijl er nog veel meer merken met chocolade-poeder bestaan in Spanje zijn de twee bekendste toch wel het 100% Spaanse Cola Cao en het Zwitserse Nesquik. Beiden bestaan dus uit chocolade in poedervorm welke melk omtovert in een chocoladedrank die koud of warm gedronken kan worden.

    Deze chocolade-poeder dranken zijn vooral populair bij de ouders die deze aan kinderen geven bij het ontbijt en ‘s-middags (na 17 uur) bij de merienda (la hora de chocolate). Deze worden dan vaak thuis maar ook soms in een bar/café gedronken. Er bestaan echter ook Chocolaterías die gespecialiseerd zijn op de warme chocolademelk.

    Dus

    Dus let op als je de volgende keer chocolademelk of een warme chocolademelk besteld in Spanje, er zijn dus meerdere manieren om dat te doen:

    • ‘Un chocolate caliente por favor’ zal dus meestal een dikke met de lepel te eten chocolade dip opleveren.
    • ‘Un Cola Cao por favor’ zal dus net zoals Nesquik een glas opgewarmde melk opleveren met daarbij de chocolade poeder om te mengen.
    • ‘Un Cacaolat por favor’ zal dus een glas chocolademelk opleveren terwijl als men zegt ‘Un Cacaolat caliente por favor’ dit een warme chocolademelk in een glas zal opleveren.

    Wat is jouw favoriet in Spanje? Warm of koud en in poedervorm of niet?

  • De vijf maaltijd momenten in Spanje

    De vijf maaltijd momenten in Spanje

    In spanje zeggen autoriteiten, specialisten en instellingen dat vijf keer eten per dag het gezondst is. Veel Spanjaarden houden zich dan ook daaraan al is dat niet altijd voor iedereen mogelijk. Eenieder die vaak in Spanje komt of daar woont weet natuurlijk dat men in het zuiden een ander levensritme heeft en dat uit zich ook in de maaltijdmomenten en dagindeling.

    Wat betreft het eten hebben de meeste Spanjaarden een strak schema waarbij men zich probeert te houden aan het gezonde idee van vijf keer eten per dag. We hebben het dan over het ontbijt (desayuno), de ochtendsnack (almuerzo), de middagmaaltijd/lunch (comida), de middagsnack (merienda) en dan als laatste de avondmaaltijd/diner (cena).

    De snelheid van het dagelijkse leven is erg veranderd in Spanje maar het middagmaal is nog altijd een zeer belangrijke gebeurtenis. Zelfs in de steden met hun fastfood restaurants gaan de mensen tussen de middag terug naar huis voor een goed middagmaal en tegelijkertijd kunnen zij genieten van hun siësta na het middageten om nadien terug te keren naar hun werk.

    Ontbijt (desayuno)

    De dag start met de “desayuno” wat het ontbijt is. Op het eerste gezicht geeft dit niet voldoende energie om te overleven tot aan het middagmaal. Het ontbijt bestaat uit “café con leche”, koffie met zeer veel melk en brood, toast of “churros”, gefrituurde stokjes met suiker erop. Al worden de churros niet meer overal als ontbijt gegeten.

    Het ontbijt voor de kinderen ziet er ook vaak erg magertjes uit bestaande uit een warme drank zoals chocolademelk of warme melk en koekjes die daarin gedompeld worden. Veel mensen slaan het ontbijt echter over en ontbijten pas later rond 10 uur als ze in principe al aan het werk zijn, iets wat heel gewoon is in Spanje.

    Ochtendsnack (almuerzo)

    Omdat het normale ontbijt niet genoeg is tot aan het middagmaal neemt praktisch iedereen tussen 10.00 en 11.00 uur een tweede ontbijt, wat voor sommigen dus een eerste ontbijt is. Dit kan omschreven worden als een ochtendsnack ofwel “almuerzo”.

    Dit ontbijt is meestal een koffie met een zoet broodje of “pan con tomate” en dat is brood met tomaat. Er is ook nog de mogelijkheid om een “bocadillo” te nemen en dat is een broodje met beleg. Daarnaast eet men ook veel zoete broodjes zoals croissants, magdalenas en broodjes met spijs-, chocolade- of cremevulling.

    Lunch (comida)

    De “comida” is het middagmaal en bestaat uit minstens 3 delen: een voorgerecht (primer plato), een hoofdgerecht (segundo plato) en een nagerecht (postre). Het voorgerecht is meestal een soep, een gerecht met eieren of een salade. Daarna komt het hoofdgerecht met vis of vlees en met aardappelen en daarna is er nog een nagerecht dat dikwijls een stuk fruit of een pudding is.

    Veel werkende Spanjaarde eten vaak een “menu del día” in een nabijgelegen restaurant. Dit zijn vaak complete meergangen maaltijden met alles inclusief en meestal met zeer gereduceerde prijzen.

    Middagsnack (merienda)

    In de grote steden kan het voorkomen dat het avondmaal of “cena” pas tussen 22 en 23 uur geserveerd wordt dus heeft men iets nodig tussen het middagmaal en het avondmaal. In de late namiddag, zoiets van tussen 17 en 19 uur, is er de “merienda”, een licht maal of een snack. Daarom lopen de tapabars opnieuw vol tot ongeveer 20 uur.

    Diner (cena)

    Behalve als men buitenshuis eet is de avondmaaltijd lichter dan het middagmaal. Over het algemeen eet men echter tussen 21 en 22 uur. Aangezien voor de meeste Spanjaarden de lunch (comida) belangrijker is en daar meer aandacht aan wordt besteed is het diner (cena) vaak lichter en bestaat dit uit brood, soep, salades etc.

    Uiteraard is dit een ruime en algemene omschrijving van een dagindeling aan de hand van de vijf maaltijdmomenten maar over het algemeen vindt dit wel zo plaats. Uiteraard zijn er verschillen en uitzonderingen op te noemen, is dat afhankelijk van de regio waar men woont of verblijft en spelen ook de persoonlijke omstandigheden een rol.

  • Het Spaanse rode goud ofwel saffraan

    Het Spaanse rode goud ofwel saffraan

    Eind oktober en begin november begint elk jaar in de regio Castilla-La Mancha de saffraan-oogst. Saffraan (azafrán) wordt ook wel het rode goud genoemd omdat de gemiddelde prijs per kilo kan oplopen tot 1.500 euro en zelfs tot 3.000 euro.

    De saffraan oogst levert niet alleen veel geld op, het plukken ervan is arbeidsintensief werk en er worden duizenden banen gecreëerd. Daarnaast is saffraan wereldbekend dus het toerisme zorgt ook voor inkomsten in de regio.

    Castilla-La Mancha is de enige regio in Spanje waar de saffraan een eigen classificatie heeft, te weten “Denominación de Origen DO Azafrán de la Mancha”. Volgens experts gaat het in dit geval om de beste saffraan ter wereld die geoogst wordt in de provincies Albacete, Toledo, Cuenca en Ciudad Real.

    Buiten deze regio’s wordt er ook saffraan geteeld en geoogst in delen van Aragón, Valencia en Catalonië maar de kwaliteit is vaak anders. Iran is de grootste producent ter wereld maar de Spaanse saffraan schijnt beter van kwaliteit te zijn.

    Wat is saffraan

    Saffraan is wereldbekend vanwege het ingrediënt dat de gele kleur aan de rijst geeft in de Spaanse paella. Voor de kostbare saffraan worden delen van de stampers van de saffraankrokus bloemen handmatig geoogst: de stijlen en de stempels, die zowel smaak- als kleurstof zijn. De meeldraden van de saffraankrokus hebben geen culinaire waarde.

    Na het oogsten worden de stijlen en stempels gedroogd. Dit drogen gebeurt in droogkasten met een warme luchtstroom of in de zon. De hoogste kwaliteit saffraan komt van de bloedrode stempels, het bovenste deel van de gedroogde stijlen.

    Teelt en oogst

    De saffraankrokus (een kleine paarsachtige bloem) heeft een continentaal klimaat nodig en doet het goed in zowel warm alsook koud weer. De bloemen hebben niet zoveel water nodig al zijn er twee periodes, in de lente en herfst, dat de bloembollen wel water nodig hebben om te groeien en de bloeien.

    De bloembollen worden gedurende de maanden juni tot september geplaatst terwijl de oogst plaatsvindt eind oktober of begin november. Aangezien de bloem in de vroege ochtend groeit moeten de bloemen erg vroeg in de ochtend geplukt worden om langdurig contact met het zonlicht te vermijden.

    Direct na de oogst worden de bloemen naar een magazijn of woning gebracht waar het scheidingsproces begint en de stempels van de rest van de bloemen gescheiden worden. Deze taak wordt met de hand gedaan en “Monda” of “esbrinar” genoemd, iets wat nog steeds vaak in particuliere woningen gebeurt.

    Het wordt beschouwd als het meest kwetsbare deel van het proces en wordt daarom door hoofdzakelijk vrouwen gedaan omdat zij wat beter zijn met de handen (blijkbaar). Een kilo bloemen levert slechts 200 gram saffraan op die meteen klaar is voor consumptie. Om een kilo saffraan te verkrijgen zijn er maar liefst 250.000 bloemen nodig.

    Gebruik

    Saffraan wordt in Spanje veel gebruikt in o.a. de paella terwijl de Italianen de saffraan verwerken in de risotto en de Belgen in de rijstpap. Verwar de saffraan niet met de “nep” saffraan of saffraan vervangers die in de supermarkten te vinden zijn, de zogenaamde saffloer. Deze geven wellicht wel dezelfde kleur maar zijn niet hetzelfde (ook de prijs niet).

    Ook is er een veel goedkopere versie te vinden, afkomstig uit de Indische keuken, kurkuma. Deze is vergelijkbaar met de saffraan omdat deze tevens de gelige kleur geeft aan een gerecht maar de smaak is compleet anders. Een echte paella-maker zal dus alleen de echte en dure saffraan gebruiken.

    Saffraan heeft een bittere smaak en een aangenaam aroma dat doet denken aan honing. Slechts één draad saffraan volstaat om een liter kokend water in een uur diepgeel te kleuren. Saffraan is ook fijngemalen verkrijgbaar.

    De arbeidsintensieve teelt maakt saffraan tot een kostbare specerij, het wordt daarom ook wel het rode goud genoemd. Saffraan wordt normaal gesproken per grammen verkocht, of vers of in voorverpakte doosjes en zakjes.

  • Koken met water in Spanje

    Koken met water in Spanje

    Water is water maar de smaak en bestanddelen van water zijn niet altijd hetzelfde bij de verschillende types en soorten water. Dat merk je in Spanje heel duidelijk aan de smaak en geur bij het drinken van water. Maar wat is nu het beste water om te koken?

    Op het moment dat je in Spanje pasta, rijst of soep wilt maken of zelfs koffie en thee wilt zetten vragen veel mensen zich in Spanje af welk water het beste is om te gebruiken.

    De een doet niet moeilijk en gebruikt gewoon het drinkbare kraanwater en zegt dat daar niets mis mee is. De ander gebruikt liever gefilterd water of zelfs mineraalwater uit flessen om te koken. En dan is er nog het moderne zoute zeewater wat gebruikt wordt bij het bereiden van zeevruchten en vis.

    Kraanwater

    Het water dat uit de kraan komt is in praktisch heel Spanje gewoon drinkwater en er is naast de smaak en de geur van chloor niets mis mee. Op het moment van het koken met water maken de meeste inwoners van Spanje dan ook gewoon gebruik van kraanwater want volgens hen verdwijnen de geur en smaak tijdens het kookproces.

    Er moet bij het water uit de kraan (agua del grifo) echter onderscheid gemaakt worden in hard water (agua dura) en zacht water (agua blanda) waarbij vele spreken over verschillende kooktijden bij de twee soorten kraanwater.

    Het verschil zit in de hoeveelheid kalk en mineralen, vooral magnesium. In hard water zijn ze meer geconcentreerd en laten meer aanslag achter waardoor ze ook een slechtere smaak hebben. Daarom wordt het hard water als minder geschikt gezien voor het koken. Naast een betere smaak en minder kalkaanslag gaat het koken met zacht water ook sneller.

    Over het algemeen hebben de regio’s Madrid, Baskenland, Galicië en Navarra (ondanks wat de mineraalwater maatschappijen beweren) uitstekend zacht water van goede kwaliteit. In Catalonië, Comunidad de Valencia, Murcia en Canarische Eilanden is dat anders en heeft men te maken met hard water van mindere kwaliteit. Dat wil niet zeggen dat het geen drinkwater is maar de smaak is anders.

    [su_note note_color=”#FFE0B2″]Leestip: De miljarden business van gebotteld drinkwater in Spanje[/su_note]

    Flessen water

    Degene die bij het koken of het maken van thee of koffie liever geen kraanwater gebruiken, zullen in de meeste gevallen overstappen op het mineraalwater uit de flessen of jerrycans.

    Vooral in de gebieden van Spanje waar men te maken heeft met hard water wordt vaker gebruik gemaakt van water uit de fles of jerrycan. Daar is uiteraard niets mis mee maar water uit de fles houdt wel in dat deze gekocht moeten worden en al het plastic is niet echt goed voor het milieu.

    [su_note note_color=”#FFE0B2″]Leestip: Water uit de kraan of fles in Spanje[/su_note]

    Gefilterd water

    Degene die toch gebruik willen maken van kraanwater maar geen zin hebben in het gesleep met de flessen of jerrycans water en dat ook niet willen vanwege de milieuvervuiling, kunnen gebruik maken van diverse systemen om het kraanwater te filteren.

    Dat kan gebeuren door vaste filters die via een systeem verbonden zijn met de kranen of zelfs een extra kraantje gefilterd water hebben in de keuken. Het kan ook gebeuren door middel van verplaatsbare filters zoals de bekende systemen van het merk Brita, om er maar een te noemen.

    Uiteraard hebben de filters en het systeem dat gebruikt wordt voor het filteren van kraanwater ook kosten die soms hoog kunnen zijn. Ook zijn er veel mensen die niet tevreden zijn over de smaak van gefilterd water.

    Zeewater

    Het gebruik van zeewater (agua del mar) is iets wat langs de kust al eeuwen gedaan wordt bij het bereiden van vis, schelpdieren en soepen. Tegenwoordig zijn er echter steeds meer koks die ook zeewater gebruiken bij de bereiding van verschillende gerechten. Uiteraard moet men er wel rekening mee houden dat zeewater zout is waardoor dus extra zout toevoegen niet nodig is. Daarnaast dient het om gezuiverd zeewater te gaan, dus niet direct uit de zee.

  • De passievolle smaak van de Spaanse Licor 43

    De passievolle smaak van de Spaanse Licor 43

    Wie kent het niet, het Spaanse Licor 43 ook wel bekend als “43” of “Cuarenta Y Tres”. De 43 likeur is een zoete Spaanse alcoholische drank met een duidelijke vanillesmaak en is buiten Spanje in veel landen, waaronder ook Nederland en belgië, erg bekend om te drinken in mixdranken of in de koffie. Aangezien de drank naar meer dan 60 landen wordt geëxporteerd kan wel gezegd worden dat Licor 43 de bekendste Spaanse likeur is.

    Cuarenta Y Tres is in Spanje erg bekend, niet alleen als likeurtje maar ook in de Carajillo, een koffie met alcohol erin. De 43 wordt gemaakt in een fabriek in de Zuid Spaanse plaats Cartagena, in de regio Murcia. Daar staat sinds het jaar 1946 in het industriegebied Los Camachos de fabriek van Diego Zamora S.A. die de bekende drank maakt.

    Diego Zamora, zijn broer Angel en zijn zus Josefina staken, met steun van Josefina’s echtgenoot Emilio Restoy, zelf de handen uit de mouwen en gingen met een tomeloos enthousiasme de likeur zelf bottelen. Een bescheiden begin vol passie dat uiteindelijk zou uitgroeien tot de Diego Zamora Groep.

    Murcia

    Eind 2012 verhuisde een deel van de fabriek echter naar een groot perceel langs de snelweg die van Cartagena naar de La Manga del Mar Menor loopt. Het eerste decennium van de 21e eeuw stond in het teken van een onstuitbare internationale groei.

    43 exporteert inmiddels naar meer dan zestig landen, waaronder Australië, Duitsland, Mexico, Verenigde Staten, Nederland en België en daarmee is Licor 43 internationaal de best verkopende Spaanse likeur aller tijden.

    Naam

    Licor 43 heeft haar naam te danken aan de 43 ingrediënten die de likeur rijk is. Onder deze ingrediënten, die overigens allemaal natuurlijk zijn, bevinden zich onder andere sap van citrus- en andere vruchten, en extracten van aromatische planten.

    De likeur kan puur worden gedronken (al dan niet met ijs) en in of bij de koffie/thee (bijvoorbeeld in een barraquito of carajillo). Daarnaast zijn vele longdrinks bekend, bijvoorbeeld met vruchtensappen zoals jus d’orange, cola of met melk.

    Licor 43 heeft een alcoholpercentage van 31% en is verkrijgbaar in flessen van 350 ml, 700 ml en 1 liter alsook een miniatuurflesje van 50 milliliter.

    Romeinen

    Licor 43 zou afstammen van een drank die al bij het begin der jaartelling in de buurt van Cartagena werd gemaakt, genaamd Liquor Mirabilis. De Romeinse bezetter wilde Liquor Mirabilis aanvankelijk verbieden, maar het bleek een zo diepgewortelde traditie onder de plaatselijke bevolking dat het uiteindelijk naar alle uithoeken van het Romeinse Rijk werd geëxporteerd.

  • Wat zijn Churros con chocolate in Spanje

    Wat zijn Churros con chocolate in Spanje

    De “churros”  worden vaak vergeleken met de Nederlandse oliebollen maar die vergelijking klopt niet helemaal. Churros zijn te vinden in speciale bars waar ze als ontbijt genuttigd worden of als tussendoor waarbij deze met (con) of zonder (sin) warme chocolade (cholate) gegeten worden. Daarnaast worden churros ook vaak op straat verkocht bij een churrería o porrería.

    Churros zijn in feite vette meel stengels met of zonder chocolade en suiker. Ze worden het hele jaar genuttigd tijdens het ontbijt, als snack tussendoor of gegeten na het uitgaan. Maar wat zijn nu eigenlijk die churros of de andere variant porras en hoe kun je ze zelf maken.

    Bereiding

    Churros worden bereid met bloem, olie, suiker en zout, maar zijn voor de Spanjaarden een echte lekkernij. Ze ontbijten ermee, snacken ze weg tijdens een dagje uit en verorberen ze na een nachtelijke escapade. Het liefst met anderen, want churros – of de grotere variant porras – eten is een sociaal gebeuren. Bestel er net als de Spanjaarden een kop dikke chocolade (con chocolate) bij, zodat je ze lekker kunt dopen.

    Geschiedenis

    De geschiedenis van de typische churros is gehuld in mysterie: niemand weet waar ze precies vandaan komen. Volgens sommigen werden ze voor het eerst gegeten in Catalonië aan het begin van de negentiende eeuw, anderen menen dat de Moren ze al hadden geïntroduceerd op het Iberisch Schiereiland. Dan bestaat er ook nog een theorie dat het de Spaanse priesters waren die ze voor het eerst bereidden en die van de rondreizende zigeuners, die het gerecht op kermissen aanboden.

    Populair

    Wat ook de origine van het gerecht mag zijn, zeker is dat het buitengewoon populair werd, waarschijnlijk vooral vanwege de lage kosten. Tegenwoordig staan ze in het hele land op het menu, het liefst vers gehaald bij de churrería.

    Presentatie

    De ambachtelijke maker weet precies wanneer het deeg op zijn best is, want dat is het geheim. Eerst bloem, dan zout en dan kokend water. Als het deeg gelijkmatig is mag het de churrera in, die ongeveer hetzelfde werk doet als een slagroomspuit. Vanuit de churrera wordt het deeg zo in de hete olie gespoten, tot de churros een goudkleurig laagje hebben.

    Echte churros hebben verder niets nodig, maar menig liefhebber overstrooit ze met suiker. En wil je echt echt op zijn Spaans doen: bestel er dan een kop chocolade (om ze in te dopen!) en café con leche bij.

  • Wat is een chiringuito in Spanje

    Wat is een chiringuito in Spanje

    Ongetwijfeld heb je de naam wel eens gezien als je in Spanje bent en waarschijnlijk heb je er wel eens gezeten, de chiringuito. Deze strandbars/restaurants zijn te vinden op de Spaanse stranden en dienen om de strandganger te voorzien van schaduw, drinken, ijs, snacks en in sommige gevallen een maaltijd.

    Een chiringuito is een naam die men heeft gegeven aan de bars en restaurants die op de Spaanse stranden te vinden zijn, vergelijkbaar met strandpaviljoens of strandbars in Nederland en België maar dan meestal kleiner in opzet.

    Bij sommige chiringuitos is het alleen mogelijk om drinken, snacks en ijs te kopen terwijl andere chiringuitos naast het eerdergenoemde ook complete maaltijden serveren. In principe hebben alle chiringuitos een bar met overdekt terras waar de strandganger terecht kan om in de schaduw te genieten van een koel drankje, koud ijsje of warme maaltijd.

    Eerste in Sitges

    Over het algemeen wordt aangenomen dat de allereerste chiringuito in het jaar 1913 in de kustplaats Sitges, net onder Barcelona, werd geopend. Deze staat er nog steeds en men beweerd dat de naam “chiringuito” afgeleid is van de wijze waarop cubanen een koffie bestelden door te zeggen “chiringo” of zelfs “chiringuito”.

    De eigenaar van die strandbar, el capitán Calafell, noemde zijn lokaal uiteindelijk chiringuito vanwege zijn band met de indianos (Spaanse emigranten van de zuid Amerikaanse landen die rijk terugkeerden naar Spanje).

    Tijdelijk

    De chiringuitos zijn op de meeste plaatsen in Spanje tijdelijk van aard en worden alleen gedurende de warme zomermaanden geopend. Op veel plaatsen worden de chiringuitos afgebroken na de zomer om ze wanneer de zomer weer begint weer op te bouwen. Op andere locaties, waaronder veel in Andalusië, blijven chiringuitos het hele jaar open.

  • Het mediterrane dieet in Spanje

    Het mediterrane dieet in Spanje

    Het mediterrane dieet, dat sinds 2013 door Unesco is erkend als werelderfgoed, is een belangrijk kenmerk van de Spaanse keuken. Ondanks dat het “dieta mediterranea” bijdraagt aan een gezonder leven moet ook de “vida mediterranea” ofwel de mediterrane leefstijl als een belangrijk ingrediënt gezien worden.

    Het Mediterrane dieet is gebaseerd op de traditionele voeding die men in landen rond de Middellandse Zee, zoals Spanje, Portugal, Italië en Griekenland, in de zestiger jaren at.

    Onderzoekers ontdekten dat de inwoners van de zuid Europese landen buitengewoon gezond waren vergeleken met de noord Europeanen. Daarnaast liep men weinig risico op veel dodelijke ziektes en leefde men gezonder en langer.

    Aan de basis van het dieet bevinden zich plantaardige producten zoals groenten, fruit, kwaliteitsbrood en weinig geraffineerde granen, gedroogde en verse peulvruchten (bonen, kikkererwten, tuinbonen, enz.), gedroogde vruchten en noten (walnoten, amandelen, kastanjes, krenten, enz.), met olijfolie als belangrijkste bron van vetten, en de nadruk op het eten van vis in plaats van rood vlees.

    Al deze voedingswaren worden bij voorkeur in het seizoen gegeten en gekocht in plaatselijke kruidenierszaken of op de traditionele markten, vlak na de oogst of de vangst.

    Het zijn de ingrediënten van een eenvoudige en sobere keuken die de voedingsstoffen bewaart tijdens de bereiding. Zo zijn er soepen, allerhande stoofschotels en visstoofpotjes die de antioxidatieve eigenschappen van de ingrediënten behouden en zo bijdragen tot een langere levensverwachting.

    Het mediterrane dieet wordt tevens gekenmerkt door een matige consumptie van melkproducten, tuinkruiden als smaakgevers in plaats van zout, matige consumptie van (rode) wijn en dan alleen bij de maaltijd, water als belangrijkste dorstlesser gedurende de dag.

    Voor de Spanjaarden is lekker lang tafelen met familie en vrienden heel belangrijk en het is een uiting van de Spaanse gastvrijheid wat tevens meehelpt bij het mediterrane dieet.

    Een belangrijk onderdeel bij het mediterrane dieet is ook de mediterrane leefstijl. Daar waar de inwoners van noordelijke landen doorgaans gestresst zijn, is dat in de zuidelijke landen anders en staat het leven op een lager pitje.

  • Tapas versus Pintxos in Spanje

    Tapas versus Pintxos in Spanje

    Als je Spanje regelmatig bezoekt moet je deze termen wel eens tegen zijn gekomen: tapas en pintxos (pinchos). In beide gevallen gaat het om “tussendoor-gerechten” en kleine gerechtjes die gegeten kunnen worden bij een drankje. Tegenwoordig zijn er echter veel tapas- en pintxos bars waar men deze gerechten als maaltijd nuttigt.

    Veel bezoekers van Spanje menen vaak dat de “tapas” en “pintxos” hetzelfde zijn maar dat is zeker niet waar. Er zijn duidelijke verschillen tussen beide typische Spaanse gerechten. Dat wil zeggen, tapas zijn kleine gerechten die in heel Spanje gegeten worden terwijl de pintxos oorspronkelijk uit het País Vasco of Baskenland komen.

    Tapas

    Tapas zijn de aanduiding voor Spaanse aperitiefhapjes die tegenwoordig op bordjes of in kommetjes geserveerd worden. Traditioneel is een tapa een eetlustopwekkend hapje dat in Spaanse cafés bij een alcoholhoudend drankje (bier, wijn, sherry) wordt genuttigd. Soms worden in Spaanse cafés (met name in Andalusië en in het binnenland) bij het bestelde drankje automatisch één of meerdere tapas gratis gegeven.

    De oorsprong van de tapa is omstreden maar vast staat dat het woord “tapa” (meervoud tapas) is afgeleid van het Spaanse werkwoord “tapar” hetgeen afdekken of bedekken betekent. “tapa” is dan ook letterlijk te vertalen als “deksel”.

    Op basis van deze betekenis wordt vaak verondersteld dat tapas zijn ontstaan uit de gewoonte om een drankje letterlijk met een stuk brood en/of een plakje ham af te dekken, dit om te voorkomen dat er bijvoorbeeld vliegen in het glas zouden komen.

    Pintxos

    Een pintxo is een typisch gerecht uit het Spaanse País Vasco (Baskenland) en is een sneetje stokbrood (rebanada de pan) met daarop verschillende ingrediënten zoals vlees, vis, salades, groente of combinaties.

    Het typische van de pintxo is het broodje met daarop de ingrediënten en dan een stokje (palillo) erop. Aan de hand van het aantal stokjes kan men later bepalen hoeveel pintxos men besteld heeft. In sommige plaatsen zoals Bilbao, San Sebastian en Vitoria is het gebruikelijk om de (tanden)stokers op de grond te gooien en naar waarheid tegen de ober te zeggen wat men genuttigd heeft.

    In tegenstelling tot de tapas die in sommige delen van het land gratis worden weggegeven bij drankjes, is dat in het geval van de pintxos in de meeste gevallen niet zo en dient men deze te bestellen en ervoor te betalen.

    De koude pintxos staan meestal in grote getalen uitgestald op de toonbank van een bar in een café en het ziet er altijd zeer appetijtelijk uit. De warme pintxos dient men te bestellen en worden speciaal klaar of warm gemaakt. In sommige bars is het gebruikelijk om een bord te pakken en zelf de koude pintxos te kiezen en mee naar de tafel te nemen of aan de bar te eten.

  • Wat zijn tapas in Spanje

    Wat zijn tapas in Spanje

    Een tapa (meervoud: tapas) is de aanduiding voor een Spaans aperitiefhapje. Traditioneel is een tapa een eetlustopwekkend hapje dat in Spaanse cafés bij een alcoholhoudend drankje (bier, wijn, sherry) wordt genuttigd. Soms worden in Spaanse cafés (met name in Andalusië en in het binnenland) bij het bestelde drankje automatisch één of meerdere tapas gratis gegeven.

    De oorsprong van de tapa is omstreden maar vast staat dat het woord “tapa” (meervoud tapas) is afgeleid van het Spaanse werkwoord “tapar” hetgeen afdekken of bedekken betekent. “Tapa” is dan ook letterlijk te vertalen als “deksel”.

    Op basis van deze betekenis wordt vaak verondersteld dat tapas zijn ontstaan uit de gewoonte om een drankje letterlijk met een stuk brood en/of een plakje ham af te dekken, dit om te voorkomen dat er bijvoorbeeld vliegen in het glas zouden komen.

    Oorsprong

    De oorsprong zou terug te voeren zijn tot de jaren 1500 en keizer Karel V. Onder zijn bewind vertrok van het zuiden van Spanje om het uur een paard en ruiter naar de Zuidelijke Nederlanden waar Margaretha van Parma zijn vertegenwoordigster was. Onderweg stopten de ruiters vaak in herbergen om iets te drinken.

    Al snel werd vastgesteld dat heel wat ruiters ronduit dronken op hun paard zaten, dus heeft Keizer Karel opgedragen dat alle herbergen in Spanje bij de drank ook voedsel moesten aanbieden. Zodoende werd vermeden dat de ruiters enkel wijn of alcohol dronken en geen voedsel tot zich namen. Vandaar het gebruik om (voornamelijk in Spanje) kleine hapjes, tapas, bij de drank te serveren.

    Gebruik

    Hoewel de tapa oorspronkelijk een tussendoortje was, worden ze in Spanje ook wel geconsumeerd als maaltijd. Ook buiten Spanje worden tapas in tapasbars als avondmaaltijd aangeboden, al lijken de “Amerikaanse”, “Nederlandse” of “Duitse” versies van tapas niet altijd op wat men in Spanje tapas noemt.

    Voorbeelden

    Er zijn honderden soorten tapas, die sterk per regio verschillen, zoals serrano-ham, olijven, calamares (gefrituurde inktvisringen), kaas, tortilla en albondigas (Spaanse gehaktballetjes). In de noordelijke regio’s, waaronder Baskenland, gaat het meestal om “pintxos”, kleine stukjes brood belegd met allerlei verschillende ingrediënten (vis, vlees, vegetarisch of een combinatie van het genoemde).

    • Tortilla de patatas (aardappelomelet)
    • Pinchos of Pintxos (kleine belegde broodjes)
    • Gemarineerde ansjovis
    • Aioli (olie-lookbereiding die gebruikt wordt als saus voor inktvisringen, gamba’s, …)
    • Albondigas (gehaktballetjes in tomatensaus)
    • Chorizo al vino (in wijn gemarineerde chorizo)
    • Calamares (gefrituurde ringen van de pijlinktvis)
    • Gevulde of gefrituurde champignons
    • Patatas bravas (gebakken aardappelen in pikante tomatensaus)
    • Gemarineerde olijven
    • Gezouten amandelen
    • Morcilla (bloedworst)
    • Pimientos de Padrón (kleine paprika/pepersoort)
    • Caracoles (slakken)
    • Cola de toro (stierenstaart)
  • De Spaanse keuken

    De Spaanse keuken

    De Spaanse keuken is één van de belangrijkste grondleggers van het bekende Mediterraan dieet. In feite bestaat de Spaanse keuken uit vele regionale keukens, zoals de Catalaanse, Galicische of Baskische keukens die allen onderling sterk verschillen. De Spaanse keuken zoals men die buiten Spanje kent bestaat meestal uit niet veel meer dan paella, tortilla, tapas zoals patatas bravas en een aantal worsten zoals chorizo.

    In werkelijkheid gaat het echter om een enorm gevarieerde hoeveelheid verschillende regionale keukens die hun succes vooral halen uit de overvloed aan verse producten die men in het land vindt.

    Buiten dat houdt de Spaanse bevolking zelf haar eigen keuken in stand, in vergelijking met andere Europese landen bestaat er een grote voorkeur voor verse productie van hoge kwaliteit in tegenstelling tot bijvoorbeeld diepvriesproducten of voorverpakte groenten en fruit, die vrijwel niet worden verkocht. Spanje is na Japan de grootste vis- en zeevruchtenconsument ter wereld.

    Producten

    Binnen de enorme hoeveelheid producten die de Spaanse keuken kenmerken, zijn een aantal internationale begrippen zoals jamón serrano, chorizo en de talloze wijnen, onder andere afkomstig uit La Rioja en Valdepeñas. Ook op het gebied van vlees en wild is de Spaanse gastronomie van alle markten thuis, rund, lam, varken, geit, kip, eend en konijn behoren tot de basis.

    Vis en zeevruchten zijn één van de meest typerende voedingsmiddelen van de Spaanse keuken, de meest gebruikte daarvan zijn tonijn, kabeljauw, zeeduivel, inktvis en octopus, heek, sardines, vele types baars en zeer veel verschillende schaal- en schelpdieren waarvan velen geen Nederlandse of Engelse naam hebben.

    Ook kent de Spaanse gastronomie een indrukwekkend aantal verschillende kazen, noten, paddenstoelen en asperges.

    Binnen de enorme hoeveelheid gerechten die de Spaanse keuken kent, zijn een aantal internationale begrippen zoals gazpacho, paella en de Spaanse tortilla.

    Typische kenmerken van de Spaanse gastronomie en eetcultuur:

    • Scheutig gebruik van olijfolie, Spanje is de grootste olijfolieproducent ter wereld.
    • Het gebruik van verschillende soorten uien, knoflook en peterselie als belangrijkste smaakmakers.
    • Tweemaal daags eten (rond 15:00 en rond 22:00 uur), meestal een voorgerecht en een hoofdgerecht.
    • Het eten van zoetigheden of fruit als dessert.
    • Het drinken van wijn bij de maaltijden, Spanje is de op twee na grootste wijnproducent ter wereld.
    • Het inkopen van producten bij markten en speciaalzaken, oftewel ham bij de “jamonería”, vis bij de “pescadería”, fruit bij de “frutería”, taart bij de “pastelería”, brood bij de “panadería”, wijn bij de “bodega” etc.
    • Hoge consumptie van vis en zeevruchten t.o.v. andere Europese landen, meer dan Italië of Frankrijk.
    • Matig gebruik van kruiden als oregano of rozemarijn.
    • Het eten van tapas, wat meestal vanaf 12:00 tot middernacht gedaan kan worden, maar zelden als complete maaltijd wordt genomen (wel door toeristen).
    • Een zoet ontbijt, meestal bestaande uit fruit, “café con leche” en zoetigheden die per regio sterk uiteenlopen
    • Het eten van brood bij warme gerechten.
  • Wat zijn Patatas Bravas in Spanje

    Wat zijn Patatas Bravas in Spanje

    Ongetwijfeld heb je ze wel eens gezien tijdens een verblijf in Spanje, een bord met gefrituurde aardappelblokjes en een roze saus daar overheen. Dat Spaanse gerecht heeft de naam “patatas bravas” ofwel wilde aardappelen in het Nederlands. Er zijn verschillende manieren om deze patatas bravas te bereiden met verschillende vormen aardappelen en diverse sauzen. Daarnaast kunnen de patatas bravas gegeten worden als tapa of als maaltijd.

    Patatas bravas zijn aardappelen die in ongelijke vorm gesneden zijn met een grootte van ongeveer 2 centimeter, gefrituurd in olie. Vaak gaan de aardappelen vergezeld met een hete, pikante tomatensaus, de salsa brava, welke over de aardappelen wordt gegoten en gezamenlijk heet wordt opgediend. De naam dankt dit gerecht aan de pittige (wilde) saus.

    Dit gerecht is zeer gebruikelijk in cafés en andere eetgelegenheden in enkele delen van Spanje, waar men het kan nuttigen vergezeld van een glas bier of wijn, geserveerd als een portie of tapas (aperitiefhapje), dat ongeveer een kwart kilo aan aardappelen bevat. Bovendien kan men dit gerecht vaak bestellen, met een aantal verschillende sauzen en verder chorizo, chistorra, gebraden kip of gebakken vis.

    De patatas bravas worden beschouwd als één van de meest goedkope tapas, aangepast aan de lage prijs van zijn goedkope ingrediënten. De gebruikte ingrediënten maken het ook zeer geschikt voor vegetariërs.

    De saus

    Het meest karakteristieke van de patatas bravas is de saus waarmee de aardappelblokjes vergezeld gaan. Deze varieert per stad en regio in Spanje. In Madrid, waar de saus werd bedacht en gepatenteerd in 1960, gebruikt men als basis een tomatensaus met azijn en rode peper, hoewel men ook andere ingrediënten toevoegt om de basis van deze pikante tomatensaus te verkrijgen.

    In de autonome deelstaten Valencia en Catalonië is het traditie dat de patatas bravas met de saus van olijfolie, rode peper, paprikapoeder en azijn, over het algemeen daarnaast ook nog vergezeld gaan met aioli , een knoflooksaus van olie en knoflook welke dan “patatas con alioli” genoemd worden.

  • Koffie drinken in Spanje

    Koffie drinken in Spanje

    Café, café con leche corto de café y largo de leche, descafeinada de sobre en nog vele andere variaties. Koffie in Spanje is iets wat of thuis of in de vele bars en terrassen gedronken wordt, als ontbijt of na een maaltijd of gewoon tussendoor. Er zijn koffievariaties met of zonder alcohol erin en ook de verschillende regio’s in Spanje hebben weer andere uitdrukkingen en varianten.

    Korte geschiedenis

    Koffie en het drinken daarvan bestaat al heel lang maar pas rond het jaar 1600 kwam de eerste koffie via Venetië naar Europa. Koffie werd voor die tijd ook al gedronken maar meer als een medicijn dan als drank.

    Het was ook in Venetië waar in 1645 het eerste café geopend werd maar het duurde niet lang voordat andere steden ook cafés kregen zoals Londen in 1652, Marseille in 1659, Amsterdam in 1663, Parijs in 1675 en Wenen in 1683.

    Koffie kwam naar Spanje via de Koninklijke familie en adel en het duurde langer dan in andere Europese landen voordat de koffie door het normale volk werd gedronken. Het eerste café van Spanje werd geopend in Madrid in 1764 in de Calle Atocha met de naam La Fonda de San Sebastián.

    In Barcelona opende de eerste cafés in 1781, te weten Café de F. Martinelli, Café Francés en enkele die nu nog open zijn La Opera, la 7 Puertas en Quatre Gats.

    Het succes van de koffie en de cafés in Madrid en Barcelona zorgde er al snel voor dat ook in andere steden cafés werden geopend.

    Varianten

    Er zijn vele variaties koffie in Spanje en als je in een bar of op een terras in Spanje eens om je heen luistert dan hoor je dat vanzelf. Op de meest gebruikelijke types koffie zijn ook weer diverse soorten te bedenken en de lijst wordt dan steeds langer. De meest gangbare varianten zijn:

    Café solo

    Een sterk kopje koffie wat het meest gedronken wordt na een maaltijd maar ook soms bij het ontbijt. In andere landen is de Café solo bekend als espresso, met name in Italië.

    Cortado

    Een sterk kopje koffie met een scheutje warme melk, vaak geserveerd in een glas maar ook mogelijk in een kopje. Voor veel buitenlanders is een Cortado het meest geschikte kopje koffie aangezien deze veel op de koffie in eigen land lijkt (maar dan wel iets sterker).

    Americano

    Een Americano is te vergelijken met een café solo maar dan minder sterk, ook wel een grote kop zwarte koffie genoemd. Een Americano wordt meestal geschonken in een grotere kop.

    Café con leche

    Wellicht onder de buitenlanders de meest bekende koffiesoort, een grote kop koffie met warme melk. Deze koffie wordt het meeste gedronken in de ochtend bij het ontbijt en is te vergelijken met de Nederlandse koffie verkeerd. Het is in Spanje gebruikelijk om na 11 uur geen café con leche meer te drinken. Na dat tijdstip is het gewoonlijk om een sterkere variant te drinken.

    Carajillo

    Dit is een klein sterk kopje koffie (café solo of cortado) met een scheut whisky, cognac, baileys of andere likeur naar keuze. Deze koffiesoort wordt veel gedronken door de Spaanse mannen.

    Café con hielo

    Zeer populair in de warme zomermaanden, een kopje koffie, meestal café solo of cortado, die geleverd wordt met suiker en een glas met ijs. De drinker schenkt zelf de koffie over in het glas om zo een ijskoffie te maken. Heerlijk fris.

    Cappuccino

    Uiteraard bekend bij iedereen en van oorsprong een Italiaanse koffie. Dit is eigenlijk een Americano met daarbovenop óf slagroom (nata) óf opgeklopte melk. De Spanjaarden drinken niet veel cappuccino maar als ze dat al doen zal dat niet met slagroom zijn, dat is meer iets voor de buitenlanders.

    Afwijkingen

    Naast de hierboven genoemde varianten café zijn er nog vele soorten van koffie te bestellen en te drinken. Het is geen eenvoudige zaak om in een Spaanse bar te werken met al deze verschillende variaties op een kopje koffie.

    Zo is het mogelijk om een cortado corto de café te bestellen (minder koffie meer melk), een cortado con leche muy caliente (met erg warme melk) of leche fria (koude melk). Daarnaast zijn er ook nog de variaties zonder cafeïne, de descafeinados de máquina (machine) of de sobre (zakje).

    Bij de Spanjaarden thuis

    Nog niet zo lang geleden was het heel normaal om de koffie in de Spaanse families thuis al ’s-avonds klaar te maken en ’s-morgens in de magnetron warm te maken. Dat is in veel huishoudens niet meer de normale gang van zaken aangezien er nu veel verschillende mogelijkheden zijn om koffie te maken.

    De filterkoffie is nog steeds populair in veel Spaanse huishoudens en uiteraard ook nog steeds de goedkoopste manier van koffie zetten. Veel Spanjaarden drinken ook nog de instant koffie of de koffie in zakjes.

    Uiteraard zijn er ook de bekende Nespresso apparaten en de koffiecapsules die ook in Spanje een doorslaand succes zijn. Sinds diverse jaren is ook de Nederlandse uitvinding Senseo in Spanje te vinden en wordt deze manier van koffie zetten steeds normaler in de Spaanse huishoudens. Ook is de Dolce Gusto van Nescafé populair maar zijn de capsules een beetje aan de prijs.