Maand: februari 2022

  • De verschillende betekenissen van het Spaans woord ‘Flamenco’

    De verschillende betekenissen van het Spaans woord ‘Flamenco’

    De Spaanse taal kan moeilijk zijn om te begrijpen en het wordt alleen maar lastiger als één woord meerdere en verschillende betekenissen heeft. Er zijn veel voorbeelden te noemen maar wij willen het dit keer hebben over het Spaanse woord ‘flamenco’.

    Het Spaanse woord ‘flamenco’ kent iedereen waarschijnlijk wel en wordt bijna altijd geassocieerd met de typische spaanse dans, muziek en leefwijze afkomstig uit Andalusië.

    Maar ‘flamenco’ heeft meerdere betekenissen in verschillende categorieën: Zoölogie, geografie, geschiedenis, taalkunde en cultuur. We kijken naar diverse betekenissen:

    Zoölogie

    In de categorie zoölogie heeft het woord ‘flamenco’ te maken met de Phoenicopterus, beter bekend als flamingo. Deze vogel heeft meerdere soorten zoals de in Spanje voorkomende ‘Europese flamingo’, de enige flamingosoort die in Europa in het wild voorkomt. In het Spaans heet deze flamingosoort ‘flamenco común’.

    Geografie en geschiedenis

    ‘Flamenco’ wordt in het Spaans ook geassocieerd met de ‘Región Flamenca’ ofwel het Vlaams Gewest in België’ dat ook wel ‘Flandes’ ofwel Vlaanderen wordt genoemd in het Spaans. 

    ‘Flamenco’ wordt ook gelinkt met het ‘Condado de Flandes’ ofwel het Graafschap Vlaanderen.

    ‘Flamenco’ wordt ook geassocieerd met de ‘totalidad de los Países Bajos Españoles’ ofwel de Spaanse Nederlanden, de benaming voor de Habsburgse Nederlanden van 1556 tot aan 1715.   

    ‘Flamenco’ heeft ook een verwijzing naar de ‘Estado borgoñón’ ofwel de Bourgondische hertogen. Daarmee worden de hertogen van het hertogdom Bourgondië bedoeld, die heersten over het Bourgondisch rijk tussen 1363 en 1506.

    Taalkunde

    ‘Flamenco’ wordt in Spanje ook gebruikt voor het ‘dialecto flamenco’ of ‘neerlandés flamenco’ of simpelweg ‘flamenco’ en in het Nederlands/Belgisch het Vlaams. Het Vlaams kan gebruikt worden als Zuid-Nederlandse taalvariant of als een verzameling van dialecten, aldus Wikipedia.

    Cultuur

    En uiteindelijk komen we bij de bekendste ‘flamenco’, die van de cultuur. ‘Flamenco’ is een muziekgenre en een bijbehorende dans afkomstig uit de zuidelijke provincies van Spanje. Kenmerkend voor deze muziekvorm zijn de soms Arabisch aandoende klanken, de uitbundige muzikale versieringen rondom het thema en het sterke ritme binnen een twaalftelssysteem.

    Als vertakking van de traditionele ‘flamenco’ bestaat ook de uit de tachtiger jaren stammende ‘nuevo flamenco’, een fusie tussen flamenco en andere genres zoals jazz, blues, rock, rumba, reggaeton, traditioneel, hiphop en elektronisch.

    ‘Flamenco’ kan ook gebruikt worden in ‘Hispano flamenco’, een term waarmee de geschiedschrijving de nauwe relatie aanduidt tussen de cultuur en de kunst van de ruimte die ten onrechte Vlaanderen (eigenlijk de Bourgondische staat) wordt genoemd en de Spaanse monarchie uit de tijd van de katholieke vorsten (1469-1516).

  • Waar komt het Spaanse ‘menu van de dag’ vandaan?

    Waar komt het Spaanse ‘menu van de dag’ vandaan?

    Iedereen die Spanje bezoekt of daar is gaan wonen kent het fenomeen ‘menú del día’ maar waar komt dat vandaan en wie heeft dat voor het eerst geïntroduceerd in Spanje. Het ‘menu van de dag’ of ‘dagmenu’ is een Spaanse uitvinding waar veel mensen elke dag gretig gebruik van maken en wat ook door de miljoenen toeristen die het land bezoeken gewaardeerd wordt. Maar wat is het eigenlijk en wie heeft dat zo bedacht?

    Het ‘menu van de dag’ moet niet verward worden met ‘soep van de dag’ of ‘gerecht van de dag’ of iets dergelijks. Een ‘menú del día’ heeft alles inbegrepen in een vaste prijs. Maar wat is dan alles? Alles wil zeggen brood, voorgerecht, hoofdgerecht, nagerecht, water, wijn, koffie en vaak nog veel meer varianten en keuzes. 

    Het mooie van het ‘menu van de dag’ is dat het meestal om een budgetmenu gaat wat niet duur is, al zijn er ook dagmenu’s die behoorlijk prijzig kunnen zijn of dagmenu’s waar extra’s bijkomen zoals voor bijvoorbeeld een extra stuk vlees of iets dergelijks. Er zijn soms al dagmenu’s te vinden van 7 of 9 euro waarbij dus alles inbegrepen is.

    Maar waar komt dit fenomeen vandaan? Volgens de Spaanse Huffington Post stamt het ‘menú del día’ uit de jaren zestig toen de dictator Francisco Franco met zijn franquistische bewind nog aan de macht was en Spanje zich opende voor het internationale toerisme. ‘Spain is different’ was toen de slogan en om de gastronomie aantrekkelijker te maken voor de hordes buitenlandse toeristen werd het dagmenu bedacht.

    Dat gebeurde door de toenmalige franquistische minister van Toerisme Manuel Fraga, de oprichter van de huidige conservatieve/rechtse politieke partij Partido Popular (PP). Fraga introduceerde een wet die het verplicht stelde dat elk restaurant, bar en andere gelegenheden die eten aanboden een ‘menú del día’ moesten hebben. In die tijd stond het ‘menú del día’ ook bekend als ‘menú turístico’ wat dus een uitgebreid en volledig menu was met een vaste lage prijs.

    Maar het dagmenu werd niet alleen gewaardeerd door de buitenlandse toeristen maar ook door de Spanjaarden zelf en al snel verspreidde het fenomeen zich door Spanje. Nu is er geen plaats meer te bedenken waar geen ‘menú del día’ te vinden is. Het zijn niet meer alleen toeristen die graag een menu’tje nemen maar ook werknemers die tussen de middag gaan lunchen en een goedkoop dagmenu nuttigen.

  • Komen de lekkere en bekende Maria-koekjes uit Spanje?

    Komen de lekkere en bekende Maria-koekjes uit Spanje?

    Je zou in eerste instantie denken dat de Maria-koekjes uit Spanje komen vanwege de naam ‘Maria’ die natuurlijk in Spanje veel gehoord is. Ondanks dat het Maria-koekje enorm populair is in Spanje en zelfs dienst doet als ontbijt of ‘merienda’ voor kinderen, komt dit typische koekje niet uit Spanje. Maar waar komt deze lekkernij dan wel vandaan?

    In Spanje worden de Maria-koekjesgalletas maría’ genoemd en worden ze heel veel gegeten. Maar in tegenstelling tot wat veel mensen denken, komen deze koekjes niet uit Spanje. In Nederland en België hebben deze koekjes ook wel eens de naam Maraiakaakje of Marie-biscuit maar in feite zijn ze allemaal hetzelfde. 

    Het oorspronkelijke Maria-koekje komt dus niet uit Spanje, Nederland of België maar uit Groot Brittannië. Het Maria-koekje werd daar in 1874 gemaakt door de Londense bakkerij Peek Freans om het huwelijk van de groothertogin Maria Alexandrovna van Rusland met de hertog van Edinburgh te herdenken. Het koekje werd echter al snel populair in heel Europa. 

    In Spanje werd het koekje zelfs een symbool van economisch herstel na de burgeroorlog. En daarom is het Maria-koekje tot op de dag van vandaag nog steeds enorm populair in Spanje en wordt het nog steeds veel gegeten.

    De vorm van het koekje is rond en heeft meestal de naam Maria in reliëf op de bovenkant. Het koekje is gemaakt van tarwebloem, suiker, palmolie of zonnebloemolie en heeft, in tegenstelling tot een kaakje, een typische vanille-smaak .

    Maria-koekjes kunnen los worden gegeten of worden ondergedompeld in onder andere warme of koude melk, thee, warme of koude chocolade en thee. Je kunt ook een broodje bereiden met twee koekjes, ze insmeren met boter, pindakaas, gecondenseerde melk, jam, dulce de leche enzovoort.

    In Barcelona eten ze ‘galletas fritas’ ofwel gefrituurde en gevulde Maria-koekjes. Het gaat in feite om twee Maria-koekjes met daar tussenin bakkersroom, jam of wat dan ook. Deze bak je daarna in olie om ze daarna met suiker te bedekken. In Spanje worden de Maria-koekjes ook gebruikt bij de bereiding van taarten of als topping bij de Natillas (pudding, vla) en andere desserts. In Nederland van Maria-koekjes ook wel eens de arretjescake gemaakt.

    Waarom hebben deze koekjes gaatjes?

    Dat is een andere vraag, waarom hebben de Maria-koekjes gaatjes? Deze gaatjes zijn niet bedoeld om het weken in een drank te verbeteren of om te voorkomen dat de koekjes breken na aanraking met een vloeistof. De gaatjes worden tijdens het productieproces gemaakt als kleine ventilatieopeningen zodat de stoom tijdens het bakproces kan vrijkomen waardoor de koekjes niet kunnen rijzen. Als deze gaatjes niet zouden bestaan zouden ze niet goed bakken vanwege de ingrediënten.

  • Waarom hebben Spanjaarden twee achternamen?

    Waarom hebben Spanjaarden twee achternamen?

    Het is je wellicht al eens opgevallen, de Spanjaarden hebben over het algemeen twee achternamen. Het is een systeem dat nu overal gebruikt wordt in Spanje en zelfs per wet geregeld is maar dat is niet altijd zo geweest. Het gebruik van de achternaam van de vader en de moeder werd pas een feit in de 19e eeuw.

    Voor de 19e eeuw was het normaal dat volwassenen hun eigen achternaam konden kiezen en dus kwam het vaak voor dat leden van eenzelfde familie niet altijd dezelfde achternaam deelden. Het was gebruikelijk dat mannen de achternaam van de vader kregen en meisjes die van hun moeder, grootmoeder of andere vrouwen in het gezin.

    Al in de 16e eeuw begon het systeem van dubbele achternamen zich te verspreiden onder de hogere klassen van Castilië maar het werd niet gebruikt in de rest van Spanje tot de 19e eeuw. In 1833 vond men uiteindelijk dat het makkelijker zou zijn voor de controle als iedereen twee achternamen zou gaan gebruiken.

    In 1889 werd pas officieel in het eerste Spaanse Burgerlijk Wetboek vastgelegd dat men twee achternamen zou krijgen, die van de vader en die van de moeder. In artikel 114 stond toen duidelijk dat ‘wettige kinderen het recht hebben om de achternamen van de vader en de moeder te dragen’. 

    Vanaf dat moment verspreidde het systeem van de dubbele achternaam zich geleidelijk over heel Spanje en is het nu de normaalste zaak van de wereld in Spanje. Tegenwoordig kun je in Spanje ook de volgorde van de achternaam kiezen, eerst die van de vader of eerst die van de moeder, wat jij wilt.

    Waar komen de Spaanse achternamen vandaan

    De Spaanse achternamen stammen uit de Middeleeuwen en gaf de oorsprong van de persoon aan. Dat is de reden waarom veel achternamen niet een Latijnse oorsprong hebben maar werden beïnvloed door de culturen die naast Spanje bestonden, zoals de Goten of de Visigoten of de Germaanse en Arabische/Moorse cultuur.

    Spaanse achternamen die eindigen op ‘-ez’, zoals Rodríguez, López, González, Jiménez etc. werden in de Middeleeuwen geïntroduceerd en betekenen ‘zoon van’. Er zijn echter ook achternamen die een beroep of een plaats omschrijven (Zapatero, Medina) of van de fysieke kenmerken van de voorouders (Rubio, Moreno, Calvo). Tenslotte zijn er Spaanse achternamen aangepast vanuit het buitenland, zoals Maestre (Meester) of Bécquer (Becker).

    Meest voorkomende achternamen

    Volgens de gegevens van het Spaanse Instituut voor de Statistieken (INE) is de meest voorkomende achternaam is Garcia waarvan Spanje er inmiddels 1.462.923 zijn met ver daaronder Rodriguez met 927.056, González met 925.695 personen en Fernandez met 912.009 personen. Deze worden gevolgd door o.a. Lopez, Martinez, Sanchez, Perez, Gomez, Martin en Jimenez (zoals al opvalt eindigen veel achternamen op ez).

  • Hoe bestel je een kopje koffie in de autonome regio’s in Spanje

    Hoe bestel je een kopje koffie in de autonome regio’s in Spanje

    MADRID – Een kopje koffie bestellen in Spanje is niet zo makkelijk als in andere landen waar je gewoon koffie bestelt en dan een kopje koffie krijgt met melk en suiker apart. Zo werkt dat in Spanje niet en je moet precies aangeven welke koffie je wilt hebben zoals café solo, café con leche, cortado, carajillo, descafeinado de sobre, corto de café, largo de leche en nog vele andere variaties.

    Er zijn vele variaties koffie in Spanje en als je in een bar of op een terras in Spanje eens om je heen luistert dan hoor je dat vanzelf. Naast de meest gebruikelijke types koffie zijn ook weer diverse soorten te bedenken en de lijst wordt dan steeds langer. We hebben HIER de meest gangbare koffie’s al eens beschreven maar we richten ons nu op de specifieke namen en types koffie per autonome regio.

    In het kort

    Even in het kort de meest gangbare koffie’s in heel Spanje: ‘cortado’ is een sterk kopje koffie met een scheutje warme melk, vaak geserveerd in een glas maar ook mogelijk in een kopje; ‘americano’ is te vergelijken met een café solo maar dan minder sterk, ook wel een grote kop zwarte koffie genoemd; ‘café con leche’ is een grote kop koffie met warme melk; ‘carajillo’ is een klein sterk kopje koffie (café solo of cortado) met een scheut whisky, cognac, baileys of andere likeur naar keuze; ‘café con hielo’ is een kopje koffie, meestal café solo of cortado, die geleverd wordt met suiker en een glas met ijs; ‘cappuccino’ is van oorsprong een Italiaanse koffie en is een ‘americano’ met daarbovenop óf slagroom (nata) óf opgeklopte melk waarbij slagroom meer voor toeristen is.

    Málaga

    Ee kopje koffie bestellen in Málaga is een kunst op zich en ze hebben zeer verschillende namen en types koffie. Zo bestaat de ‘mitad’ wat eigenlijk een café con leche is (half half) maar je kunt ook een ‘largo’ vragen, met meer koffie en minder melk, of een ‘manchado’ wat heel weinig koffie en veel melk is of een ‘corto’ wat veel melk en weinig koffie is. En dan heb je nog de ‘sombra’ (schaduw) wat een vingerdikte koffie is en de rest melk of een ‘nube’ (wolk) wat heel veel melk is en slechts enkele druppels koffie. Lees meer over de koffie in Málaga op de website van BELEEF MALAGA.

    Aragón

    In Aragón kun je een ‘quemadillo’ bestellen wat eigenlijk een koffie is met iets erin. En dat iets is meestal iets van alcohol zoals de ‘quemadillo aragonés’ wat koffie, rum en melk is. 

    Balearen

    Op het Balearen eiland Ibiza kun je een ‘café caleta’ vragen wat een carajillo is met rum of cognac met een beetje citroen en sinaasappel. Op Mallorca kun je een ‘rebentó’ vragen wat ook een carajillo is met rum van het eiland.

    Canarische Eilanden

    Hier kan de koffie op elk eiland weer anders heten maar als je een ‘leche y leche’ bestelt dan krijg je een grote koffie met gecondenseerde melk (café largo con leche condensada). Op Lanzarote kun je een dubbele koffie (cafe doble) bestellen door om een ‘nunca mais’ te vragen. Op Tenerife drinkt men een ‘barraquito’ wat een café con leche is met gecondenseerde melk. 

    Cantabrië

    In Cantabrië is het gebruikelijk een ‘mediano’ te vragen wat een café con leche is en waar de cortado altijd in een glazen kopje geserveerd wordt (het oog wil ook wat).

    Castilië en León

    In deze regio kun je een ‘completo’ bestellen waarmee je eigenlijk aangeeft dat je niet alleen een koffie wilt drinken maar ook een brandy erbij wilt hebben en een sigaar wilt roken, een compleet pakket dus, meestal na de maaltijd.

    Castilla-La Mancha

    Als je een echte café manchego wilt drinken dan ga je voor de ‘resolí’ wat cognac uit de bergen, suiker, koffie, gedroogde sinaasappelschil en kaneel is.

    Catalonië

    Uiteraard vraag je in Catalonië een koffie in het Catalaans zoals de cortado die daar ‘tallat’ heet of een café con leche ‘café amb llet’. Maar je kunt ook een ‘trifásico’ bestellen, een café con leche met brandy of een ‘catalán’ wat een koffie is met crema catalana.

    Valencia regio

    Veel Nederlanders en Belgen overwinteren aan de Costa Blanca en zullen ongetwijfeld de volgende koffie’s wel kennen. Wat dacht je van de ‘blanco y negro’ ofwel een gegranuleerde koffie met meringue melk (café granizado con leche merengada). En wat dacht je van de ‘café del tiempo’ wat een koude koffie is met veel ijsklontjes en suiker met eventueel een schijfje citroen en kaneel. 

    Galicië

    In deze regio kun je een ‘celta’ bestellen wat koffie is met bruine suiker, een scheutje orujo, koffiebonen en een schijfje citroen. Je kunt ook een ‘café con gotas’ vragen, een espresso met een paar druppels orujo (gedistilleerde alcoholische drank die vooral in Galicië, Asturië en Cantabrië populair is).

    Madrid

    In Madrid kun je alle normale koffie’s bestellen maar ook een ‘mediana’ wat een café con leche is maar dan halverwege de ochtend, in een klein kopje. Maar als je een ‘mitad y mitad’ vraagt dan krijg je de koffie met de helft warme en de helft koude melk.

    Murcia

    In Cartagena vraag je om een ‘asiático’, een café solo met gecondenseerde melk, brandy, likeur 43 en gemalen kaneel die erg heet wordt gedronken. Als je een ‘belmonte’ bestelt dan krijg je een koffie met gecondenseerde melk en brandy. 

  • Ken jij deze Spaanse woorden en zinnen al die je als keer- of spiegelwoord kunt uitspreken?

    Ken jij deze Spaanse woorden en zinnen al die je als keer- of spiegelwoord kunt uitspreken?

    Het Spaans is voor velen een moeilijke taal en de zinsopbouw kan logisch of niet logisch zijn. Maar als je dan ook nog te maken krijgt met de zogenaamde palindromen dan moet je toch wel even nadenken over wat je zegt of schrijft. Het gaat bij ‘palíndromos’ om woorden of zinnen die op twee manieren, van voor naar achter en van achter naar voor, uitgesproken of geschreven kunnen worden. 

    Een palindroom, keerwoord of spiegelwoord is een woord waarin de letters symmetrisch gerangschikt zijn, zodanig dat het woord van achter naar voren gelezen hetzelfde is als van voor naar achter. Maar palindromen komen ook voor bij zinnen zoals taaldeskundige Alfred López heeft uitgelegd aan de krant 20Minutos.

    De meest voorkomende palindromen in het Spaans hebben drie letters zoals: ama, ojo, oso, eme, ara, ese, efe, dad, oro, eje. Als er meer letters bijgevoegd zijn, worden de palindromen steeds complexer zoals: erre, elle, arra, debed, dañad, radar, rotor, nadan, salas, somos, solos, anilina, apocopa, arenera, sopapos, reconocer, acurruca, sometemos

    Maar het wordt nog lastiger als er complete zinnen bedacht worden die op twee manieren gelezen of uitgesproken kunnen worden en hetzelfde zijn zoals: ‘dábale arroz a la zorra el abad’ en ‘sé verlas al revés’ en andere zinnen zoals: ‘Allí ves Sevilla’, ‘Aman a Panamá’, ‘Somos o no somos’, ‘Amó la paloma’, ‘Isaac no ronca así’, ‘Anita lava la tina’, ‘A ti no, bonita’, ‘Yo hago yoga hoy’, ‘Ají traga la lagartija’, ‘Ana lava lana’, ‘Yo hago yoga hoy’ etc.

    Palindromen in het Nederlands

    Palindromen zijn van oorsprong afkomstig uit de Griekse taal en het woord ‘palindroom’ is een samenvoegsel van de woorden ‘palin’ en ‘dromein’ wat letterlijk ‘die omgekeerd loopt’ betekent maar het kan ook ‘ga achteruit’ betekenen. Overigens zijn er ook palindromen met cijfers zoals: 11, 22, 33, 44, 55, 66, 77, 88, 99 of met drie cijfers zoals: 101, 111, 121, 131 etc. Verder zijn er palindroomdata zoals: 12-02-2021 (12 februari 2021) en 22-02-222 of 03-02-2030.

    Op Wikipedia kunnen we veel voorbeelden tegenkomen van Nederlandse palindromen zoals de korte versies: daad, dood, kaak, kajak, kak, keek, kik, kok, lel, lepel, lol, lul, madam, mam, neen, negen, nemen, neven, non, pap, pop, bob, pup, raar, radar, redder, rotor, sas, sis, solo’s, soos, tot, sos: geografische namen zoals: Ede, Epe, Eke, Ellemelle: en namen zoals Ada, Anna, Bob, Hannah, Onno, Otto, Reinier, Tim Smit.

    Langere Nederlandse palindromen zijn o.a: droomoord, droommoord, legovogel, levensnevel, maandnaam, meetsysteem, parterretrap, racecar, tarwewrat, partyboobytrap, stormrots: en de zeer lange: koortsmeetsysteemstrook, legermeetsysteemregel, parterrestaalplaatserretrap, nepparterreserretrappen, deelkoortsmeetsysteemstrookleed.

    En wat dacht je van de Nederlandse zinnen: “Mooie zak salade en iemand nam ei mannen en in enen nam iemand na meineed Alaska”, zei oom; Leverde die kale dame op ’n poema de lakei de drevel?; Nelli plaatst op ’n parterretrap ’n pot staalpillen; Nepmop: net alsof u net sufte? O, massa moet fusten ufo’s laten pompen … etc. Meer zinnen kun je lezen op Wikipedia.

  • Wat is een ‘parque de salud’ die overal in Spanje te zien en gebruiken zijn

    Wat is een ‘parque de salud’ die overal in Spanje te zien en gebruiken zijn

    Wellicht heb je er nog nooit van gehoord maar heb je ze tijdens een bezoek aan Spanje of als je er woont vast wel eens gezien. We hebben het over de zogenaamde ‘parques de salud’ ook wel ‘parques biosaludables’ genoemd. Maar wat is dat en waarom zijn deze in de Spaanse dorpen en steden overal te vinden en in Nederland en België nergens?

    Naast de bekende speelplaatsen voor kinderen en speelplaatsen en/of parken voor honden heeft Spanje ook voor de oudere inwoners een ‘speelplaats’. Deze is speciaal bedoeld om gezond en in beweging te blijven. Het gaat om de ‘parques de salud’ die ook wel ‘parques biosaludables’ of ‘parques para mayores’ genoemd worden en bestaan uit verschillende apparaten die in de buitenlucht staan om in beweging te blijven.

    Deze ‘gezondheidsparken’ hebben tot doel de gezondheid van volwassenen te verbeteren door het beoefenen van makkelijke en toegankelijke buitensporten door middel van het gebruik van bio-gezonde elementen of gerontogymnastiek die zijn ontworpen voor specifieke delen van de spieren van het lichaam. 

    Het soort apparaten dat te vinden is in deze ‘parques de salud’ variëren en kunnen overal anders zijn. Soms staan ze vlak naast elkaar maar soms staan ze verder uit elkaar en moet je een stukje lopen om van het ene naar het andere apparaat te gaan. Maar om welke apparaten gaat het vaak (maar niet altijd)?

    • Langlaufen-apparaat (esqui de fondo): Voor het onderste deel van het lichaam, quadriceps, kuiten, enz. Verbetert de flexibiliteit van heup en wervelkolom.
    • Pony-apparaat (pony): Verhoogt de cardiopulmonale functies en versterkt de algemene spier flexibiliteit.
    • Lift-apparaat (ascensor) Verhoogt en versterkt schouders, rug en borst. Verbetert de flexibiliteit van het schouder- en ellebooggewricht.
    • Wiel/roer-apparaat (timón): Verbeterd en vergroot de gewrichtsmobiliteit van de armen.
    • Schommel-apparaat (columpio): Werkt en versterkt de quadriceps, bilspieren en kuiten. Verhoogt de flexibiliteit en kracht in de benen.
    • Surf-apparaat (surf): Versterkt de buikspieren en verbetert de flexibiliteit en coördinatie van het lichaam.
    • Skate-apparaat (patín): Verhoogt de heup- en been flexibiliteit. Versterkt quadriceps, kuiten en bilspieren. Verbetert de hart- en longfunctie.
    • Taille-apparaat (cintura): Versterking van de buik- en lumbale spieren. Verbetert de flexibiliteit en behendigheid van de wervelkolom en heupen. 
    • Massage-apparaat (masaje): Werkt aan de heupen, onderste ledematen, rug en lumbale regio.
    • Trap-apparaat (pedal): Verstrekt de beenspieren via een stoel en pedalen als een fiets. 

    Andere apparaten zijn o.a. (in het Spaans): panel de cifras; panel de anillas; paralela con huellas flotantes; rampa zig zag; escalera distintos niveles; rueda de manos; escalerilla de dedos; muelle de muñeca; ruede de brazos; pedal doble pies y manos.

    Dus, de volgende keer als je in Spanje bent en je een aantal gymnastiek apparaten ziet staan, maak er dan eens gebruik van, daar zijn ze voor bedoeld natuurlijk. Je zult zien dat je het leuk gaat vinden, een (Spaans) praatje kunt maken met mede-gebruikers en je ook nog eens gezond blijft. Hieronder enkele voorbeelden van ‘parques de salud’ of ‘parques de mayores’.

  • Waarom heet de bekendste komkommer in Spanje ‘pepino holandés’?

    Waarom heet de bekendste komkommer in Spanje ‘pepino holandés’?

    De meest gecultiveerde komkommer in Spanje is de zogenaamde ‘pepino holandés’ waarvan jaarlijks meer dan 650.000 ton geproduceerd wordt in met name de provincie Almería. Daarom heet deze variant in Spanje ook wel de ‘pepino de Almería’ terwijl er ook andere varianten zijn die met name in Spanje populair zijn zoals de ‘pepino español’ of de ‘pepino francés’ die korter en meer gerimpeld zijn.

    Je kent ze wel, de komkommer, wie houdt er nu niet van? Maar wist je dat praktisch alle komkommers die in Nederland, België en Duitsland gegeten worden uit de provincie Almería komen, je weet wel, uit de ‘Costa del Plástico’ bekend van onder andere de populaire Netflix-serie ‘Mar del Plástico’ (wat niets met komkommers te maken heeft).

    Maar wist je dat de in Nederland en België bekende komkommer-variant de typische naam ‘pepino holandés’ heeft gekregen? Het woord komkommer in het Spaans is ‘pepino’ en de toevoeging ‘holandés’ heeft te maken met de variant. De ‘holandés’-versie is namelijk veel langer en gladder dan de Spaanse of Franse versies die dus veel korter zijn en ruwer aan de buitenkant.

    Meer dan 80% van alle gecultiveerde komkommers in Spanje zijn van de ‘holandés’-variant waarbij het overgrote deel geëxporteerd wordt naar Noord Europese landen. In Almería bestaat 81% uit de ‘pepino holandés’, 10% uit de ‘pepino francés’ en slechts 9% uit de ‘pepino español’. Meer dan 90% van de Nederlandse komkommers wordt geëxporteerd terwijl de Franse en Spaanse versies hoofdzakelijk in Spanje en Frankrijk worden gegeten.

    De ‘pepino holandés’ is ongeveer 30 cm lang en kan zelfs 40 cm lang worden, Ze zijn recht en zaadloos zonder zaadlijsten met een gladde buitenkant. Het is een ‘light’ komkommer die heel zacht en niet bitter smaakt waardoor de komkommer met schil/huid en al gegeten kan worden.

    De ‘pepino español’ is zeer klein te noemen en is tussen de 10 en 12 cm lang, van buiten ruw en gerimpeld. De ‘pepino francés’ daarentegen is iets langer en is tussen de 15 en 20 cm lang maar ook ruw en gerimpeld van buiten maar iets minder dan de Spaanse komkommer.

    Deze variant werd oorspronkelijk niet gecultiveerd in Spanje maar werd dertig jaar geleden vanuit Nederland meegebracht naar Spanje waar de Nederlandse komkommer het hele jaar door geproduceerd kon worden. De meeste Nederlandse komkommers worden gecultiveerd in de provincies Almería en Granada in Andalusië met respectievelijk 4.610 en 2.099 hectare gevolgd door de Canarische Eilanden met 245 hectare. Verder worden er ook komkommers gecultiveerd in Catalonië (147 ha), Murcia (118 ha) en de Valencia regio (117 ha).

    Leuk weetje: komkommertijd

    De term komkommertijd heeft niets met Spanje te maken (voor zover wij weten) maar heeft wel een zomerse betekenis. Komkommertijd is de benaming voor een bepaalde periode in het jaar, met name in de zomer, waarin er weinig nieuws te melden is omdat politici en veel anderen op vakantie zijn, misschien wel naar Spanje. De term zelf schijnt een Britse achtergrond te hebben (uit 1700 met ‘cucumber-time’) maar in Spanje bestaat er ook een term voor de rustige nieuws-periode: ‘Serpiente de verano’ of ‘culebrón del verano’ wat dus niets met komkommers of ‘pepinos’ te maken heeft.

  • Ken jij het Spaanse bordspel Parchís al?

    Ken jij het Spaanse bordspel Parchís al?

    Iedereen in Nederland en België kent natuurlijk het bordspel ‘Mens erger je niet’ of in het Spaans ‘Hombre no te preocupes’. Maar dat spel in die vorm kent men in Spanje niet want daar is ‘Parchís’ het bordspel met het gekleurde spelbord dat het meeste gespeeld wordt. Dat gebeurde vroeger al zo en tijdens de corona-pandemie is het traditionele bordspel opnieuw erg populair geworden. We leggen het kort uit en misschien is het daarna leuk om als cadeau te geven of voor jezelf te kopen.

    Even wat achtergrondinformatie. Het Spaanse Parchís is een verspaanste versie van het Indiase bordspel Pachisi wat in het Hindi vijfentwintig betekent. 25 is namelijk het hoogste aantal punten dat je kunt gooien. Het oorspronkelijke spel stamt uit de 6e eeuw voor Christus en heeft ook andere varianten zoals Parcheesi en Ludo en natuurlijk het Nederlandse Mens erger je niet.

    Parchís is een spel voor 2 tot 4 spelers, al zijn er versies voor meer spelers. Het vereist een karakteristiek bord gevormd door een circuit van 100 vierkanten en 4 ‘huizen’ (casas) van verschillende kleuren: geel, rood, groen en blauw in de vier hoeken van het vierkante spelbord. Elke speler heeft 4 fiches van dezelfde kleur als zijn ‘huis’ (casa) en een dobbelsteen die ook dezelfde kleur heeft. 

    Al lijkt het spelbord van Parchís niet helemaal op Mens erger je niet, het wordt in feite hetzelfde gespeeld. Het spelbord heeft vier armen met elk drie rijen van acht vakken waarvan de middelste (gekleurde) rij de thuisrij genoemd wordt. In totaal zijn er 100 velden maar het originele van Parchís (en Parcheesi) is dat alle velden van het buitenparcours genummerd zijn van 1 tot en met 68, iets wat het tellen bij verplaatsingen en slaan aanzienlijk makkelijker maakt. Elke speler beschikt over een eigen tonnetje/beker met vier houten fiches of pionnen en een eigen zeszijdige dobbelsteen in dezelfde kleur.

    Voor aanvang van het spel kiest elke speler een kleur: geel, blauw, rood of groen. Spelers moeten daarna hun dobbelstenen gooien en degene die de hoogste score haalt begint het spel. Het doel van het spel is om alle fiches van je ‘huis’ naar de finish te brengen, het hele circuit rond te gaan en onderweg de rest van de fiches proberen te ‘eten’ of te vangen. De eerste die dat voor elkaar krijgt is de winnaar.

    Bij aanvang van het spel staan alle fiches in hun eigen gekleurde ‘huis’ wat het vierkant in de hoek van het spelbord is. Daarna speelt iedere speler op zijn beurt met de klok mee. Elke speler gooit zijn/haar eigen gekleurde dobbelsteen, een keer tenzij je een zes gooit want dan mag je nog een keer. Het nummer dat op de dobbelsteen verschijnt is het aantal zetten wat je mag doen. Als je een vijf gooit moet je een van de fiches uit je ‘huis’ halen, tenzij je alle fiches al in het spel hebt, dan moet je vijf plaatsen vooruit. Gooi je drie keer zes achter elkaar dan moet je laatste fiche terug naar ‘huis’. Opvallend is dat je de fiches op het bord moet plaatsen en bewegen tegen de wijzers van de klok in.

    Er zijn nog meer regels en alternatieve manieren van spelen maar die gaan we niet allemaal behandelen, daarvoor zul je de Spaanse gebruiksaanwijzing moeten lezen of video’s bekijken op YouTube. 

    Het oorspronkelijke Parchís bord is vierkant, van hout gemaakt met een wit spelbord en vier gekleurde ‘huizen’ en velden. Er zijn veel alternatieve en moderne versies beschikbaar maar om het echte Parchís te spelen kun je beter het oorspronkelijke spelbord gebruiken. Zet het spelbord op tafel, maak een sangria of trek een lekkere Spaanse wijn open en bereid wat lekkere tapas en je Spaanse avond kan niet meer verkeerd gaan. ¡Mucha Suerte!

    Beeld: Wikimedia

    LEUK WEETJE: Wist je dat in Spanje ook een kindermuziekgroep bestond die Parchís heette? De band bestond uit twee meisjes; Yolanda, Gemma en drie jongens: David, Constantino en Francisco. De groep was zeer populair tussen 1979 en 1992, niet alleen in Spanje maar ook in de Latijns-Amerikaanse landen. In alle landen werden andere albums en singles uitgebracht met verschillende titels maar het zijn er honderden. De band Parchís werd in 2019 weer even erg bekend in Spanje en andere landen toen om te eren dat 40 jaar geleden de band werd opgericht een documentaire op Netflix werd geplaatst. Er volgden weer enkele optredens met vier van de oorspronkelijke bandleden en veel media-aandacht in Spanje. Uiteraard waren de kleuren van de bandleden dezelfde als die van het bordspel. Bekijk HIER de documentaire over de Parchís.